RDW botst met Europese Commissie om EUCARIS
De Rijksdienst voor het Wegverkeer sleepte een Europese prijs in de wacht voor EUCARIS, een systeem waarmee de EU-landen fraude met rijbewijzen en voertuigen kunnen voorkomen. Maar de Europese Commissie ligt dwars bij de totale invoering van EUCARIS en is uit op de bouw van een eigen systeem voor uitwisseling van rijbewijsgegevens.
‘Blij verrast’ was Hans van der Bruggen, adjunct-directeur van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW), toen hij op 21 oktober jl. in Rome de iG 2.0 Award in ontvangst mocht nemen voor het European Car and Driving Licence Information System (EUCARIS). Dat is een ict-systeem dat het voor alle aangesloten landen mogelijk maakt om registratiegegevens van voertuigen en rijbewijzen uit andere landen op te vragen. Het winnen van de prijs was een belangrijke opsteker voor de RDW, dat sinds 2004 met de Europese DG Energie en Transport ruziet over de vraag of EUCARIS al dan niet moet worden ingevoerd als een pan-Europees systeem. De RDW zegt al ruimschoots te hebben aangetoond dat het hiervoor geschikt is, maar de Commissie houdt implementatie vooralsnog tegen.
In 1994 ging EUCARIS op initiatief van de RDW van start met een pilot in de Benelux, als antwoord op de toegenomen fraude met voertuigen en rijbewijzen na het wegvallen van de Europese grenscontroles. Het nut van EUCARIS is in de loop der jaren door het merendeel van de Europese landen erkend. Toen in 2005 het Prüm-verdrag, ook bekend als Schengen III, werd gesloten, ondertekenden de betrokken landen dan ook voor het gebruik van EUCARIS. Het verdrag geeft de politieautoriteiten van verschillende landen toegang tot verscheidene databanken, onder meer die van voertuigen.
Onlangs is het Prüm-verdrag omgezet in een kaderbesluit van de Europese Raad, waardoor alle EU-landen nu verplicht zijn uiterlijk in 2011 gebruik te maken van EUCARIS voor het uitwisselen van voertuiggegevens. Ook zijn enkele landen op basis van bilaterale verdragen via dit systeem begonnen met het wederzijds opvragen van kentekengegevens van buitenlandse verkeersovertreders. Zo bezien lijkt het slechts een kwestie van tijd voordat EUCARIS zich ontwikkelt tot een pan-Europees systeem voor talloze verkeer- en transportgerelateerde thema’s.
Felle discussie
De Europese Commissie denkt daar echter anders over. Naar aanleiding van de derde Richtlijn Rijbewijzen kondigde de Commissie al in 2004 aan zelf een vergelijkbaar systeem te willen bouwen voor het uitwisselen van rijbewijsgegevens. De negentien aangesloten EUCARIS-landen voeren sindsdien een felle discussie met de Commissie, die in 2007 besloot EUCARIS door het Amerikaanse onderzoeksbureau Gartner te laten evalueren. De onderzoekers concludeerden in maart van dit jaar dat EUCARIS aan alle eisen voldoet om als pan-Europees systeem te worden gebruikt.
Dat heeft tot op heden niet tot een koersverandering van de Commissie geleid. Een woordvoerder van het DG Transport en Energie laat weten dat het in het nadeel van EUCARIS is dat slechts een ‘beperkt aantal landen’ is aangesloten en dat het niet op basis van EU-regels is opgezet. ‘Het is geen EU-systeem.’ Waarom het systeem dan wel gebruikt wordt voor voertuiggegevens, blijft onduidelijk. Feit is dat de Commissie vasthoudt aan een aantal EU-netwerken die al bestaan (RESPER, TACHOnet en ROASENET) of nog in het leven geroepen moeten worden (European Register for Road Transport Undertakings).
In juli herhaalde de Commissie haar wens voor een nieuw systeem, tot grote verbazing van de RDW. Van der Bruggen: ‘Als je voor iedere richtlijn, overeenkomst of besluit een nieuw systeem bouwt, leidt dit tot een spaghetti aan systemen en communicatienetwerken, terwijl het al bestaande EUCARIS-systeem de Commissie en de lidstaten juist heel veel tijd en geld kan besparen. Waarom zou je het wiel dan opnieuw willen uitvinden?’ Nederland heeft het DG eerder opgeroepen geen nieuwe systemen te bouwen zolang gebruik gemaakt kan worden van de al bestaande systemen zoals EUCARIS, blijkt uit een officiële reactie van de Nederlandse regering op de plannen van het DG uit 2007.
De iG 2.0 Award wordt iedere twee jaar uitgereikt aan het beste Europese project op het terrein van ‘interoperability’, de uitwisseling van gegevens binnen een digitaal netwerk. Volgens Van der Bruggen komt de juryprijs goed van pas om het geschil met de Commissie op te lossen. ‘We gaan de prijs, die nota bene is uitgereikt onder patronage van de Commissie, gebruiken om het DG te laten zien dat ze niet om EUCARIS heen kunnen.’
Gerelateerde artikelen
- EGI maakt supercomputers toegankelijk voor hele EU
- De EGF wil naar Afghanistan
- Bericht uit Brussel: G20 loopt voorop bij bestrijding crisis
- Thierry Baudet: EU als superstaat?
- 'We moeten onszelf opnieuw uitvinden'
- Thierry Baudet: Tussen statenbond en bondsstaat
- Thierry Baudet: Haarkloverij
- Debat: Nederland uit de euro? (Huis van Europa)
- Midden in de crisis
- ‘We kijken heel goed naar de overkant’
Van onze partners
Gratis elke week het belangrijkste nieuws van PM Public Mission in uw mailbox? Schrijf u dan hier in voor onze e-mailnieuwsbrief.










Nieuwe reactie inzenden