Comitologie

Gijs Jan Brandsma: Expertgroepen met politieke invloed

Door: Maurits van den Toorn | 04.11.2011 | Editie: PM10
Meer dan de helft van alle Europese besluiten wordt in feite genomen door nationale ambtenaren die zijn verenigd in enkele honderden comités. Dat hele stelsel wordt aangeduid met de verzamelnaam comitologie.

Nationale ambtenaren alom actief in Europa
Soevereiniteit van de lidstaten van de Europese Unie lijkt een achterhaald streven. De besluitvorming in Brussel is zo verweven met nationale spelers en belangen dat er een geheel eigen dynamiek speelt. De invloed en participatie van nationale ambtenaren is groot, zo laten drie wetenschappers zien.

Gijs Jan Brandsma over comitologie: Expertgroepen met politieke invloed
Martijn Groenleer over Europese agentschappen: Een depolitiserende tussenlaag?
Kutsal Yesilkagit over (informele netwerken): Kraamkamers van nieuwe bestuurlijke processen

Het is inmiddels een behoorlijke schaduwbureaucratie van zo’n 200 tot 250 comités met elk zeker vijftig leden (uit iedere lidstaat een vertegenwoordiger plus een plaatsvervanger), onder voorzitterschap van een ambtenaar van de Europese Commissie. Ze houden zich bezig met technische en praktische zaken zonder politieke gevoeligheden. Goed voor de lachlust zijn bepalingen over de kromming van komkommers en bananen of de doorsnede van tomaten. Minder lachwekkend zijn de toelating van genetisch gemodificeerde organismen, de eisen aan het Europese spoorveiligheidssysteem ERTMS, de beslissing om bodyscanners op luchthavens toe te laten en het vaststellen van de jaarlijkse visquota. En fameus werd een paar jaar geleden natuurlijk het politiek wél omstreden besluit om de gloeilamp in de ban te doen. De overeenkomst tussen deze zaken: het is allemaal ambtelijk comitéwerk en het zijn in feite beslissingen van ambtenaren uit de lidstaten waar de EU-Commissie vervolgens een officieel besluit van maakt.

Wake up call
Dat was en is nog steeds in veel gevallen de praktijk, maar in het Verdrag van Lissabon is er het een en ander aan de comitologie veranderd. Zo zegt politicoloog Gijs Jan Brandsma, onderzoeker bij het departement bestuurs- en organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht. ‘Tot dusverre mochten de comités technische specificaties bij richtlijnen vaststellen. Het Europees Parlement kon veel van die beslissingen weliswaar vetoën, maar er ontsnapte wel eens wat aan de aandacht. Zo is het gloeilampbesluit er ook tussendoor geglipt, dat was wat je noemt een wake up-call voor het parlement.’ In het Verdrag van Lissabon is daarom bepaald dat de comités die zich bezighouden met technische wetgevingsaanpassingen worden opgeheven. Al die aanpassingen moeten nu door het EP en de Raad worden goedgekeurd of tegengehouden.

Dat is de theorie, stelt Brandsma, want het is nog maar de vraag of het parlement wel de capaciteit heeft om de stroom aan besluiten echt inhoudelijk te beoordelen. -Bovendien is er nu ‘informele comitologie’ aan het ontstaan. ‘Daarmee bedoel ik door de commissie opgezette expertgroepen die niet strikt op nationale basis mogen worden samengesteld, maar ze kunnen natuurlijk wel – uiteraard volstrekt toevallig – uit 27 leden uit de verschillende lidstaten bestaan. Dat ging snel, al negen dagen na de ondertekening van Lissabon kondigde de commissie dit aan, tot groot ongenoegen van het parlement.’

Anders dan de vroegere comités hebben deze nieuwe groepen – het woord comité wordt angstvallig vermeden – geen formeel stemrecht, maar voorzien ze de commissie alleen maar van advies. Minder nationale invloed dus? ‘Dat hoeft niet. De ambtenaren die in zo’n groep zitten kunnen weliswaar niet meer voor of tegen stemmen, maar ze hebben nog steeds veel invloed. Als ze signaleren dat de zaak een kant opgaat die ze niet bevalt, dan kunnen ze -contact opnemen met de permanent vertegenwoordiger om te zorgen dat iets op raadsniveau wordt geblokkeerd. De Commissie probeert heel erg de indruk te wekken dat het puur om “voorbereidende adviesgroepen” gaat, maar er zit veel meer potentie en macht in zo’n adviesgroep dan op het eerste gezicht lijkt.’

Troef
Het betekent ook dat het voor de Haagse departementen nog belangrijker wordt om Europa binnen de eigen organisatie op de radar te krijgen, waarschuwt Brandsma. ‘Het blijft mogelijk om de besluitvorming te beïnvloeden, maar anders dan vroeger moeten de ambtenaren anderen daarvoor in stelling brengen. Het is een nieuwe fase in de Europeanisering van hun werk.’

Met het Verdrag van Lissabon leken de Europese Raad (met de komst van de permanente Raadsvoorzitter en een eigen buitenlandvertegenwoordiger) en het Europees Parlement (met de opheffing van de comités) hun positie ten opzichte van de Europese Commissie te hebben versterkt, maar met de vorming van de expertgroepen heeft de commissie weer een troef in handen. Wie aan het langste eind gaat trekken is nog niet te voorzien, duidelijk is wel dat de loopgravenoorlog tussen de Europese instellingen gewoon doorgaat.

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
This question is for testing whether you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Neem de karakters uit de bovenstaande afbeelding over.