'De crisis biedt een uitgelezen kans om slimmer te worden'
Waar vallen de klappen?
Het Nicis Institute keek naar de programmabegrotingen en meerjarenramingen 2011-2014 van de grootste 36 gemeenten. Daaruit blijkt dat ruim een derde (35 procent) denkt aan bezuinigen op het ambtelijk apparaat. Behalve een krimpende personeelsformatie vallen daaronder ook minder externe inhuur, slimmer inkopen en taken concentreren. ‘Klein bier’ zijn zaken als afzien van feestelijkheden en extraatjes.
Bijna een vijfde (19 procent) zoekt het in bezuinigingen op arbeidsmarktbeleid, maatschappelijke opvang en zorg, terwijl 8 procent maatregelen op bestuurlijk vlak wil gaan nemen. Bezuinigingen op economie, onderwijs, sport & cultuur bedragen gemiddeld 30 procent van het totaal. De bezuinigingen op het fysieke beleidsterrein (verkeer & vervoer, wonen, ruimtelijke ordening & groen) zijn goed voor zo’n 16 procent. Concreet komt het neer op minder onderhoud, uitstel van investeringen, versoberen van ambities en minder geld voor onderhoud van monumenten. Bovengemiddeld wordt op dit terrein bezuinigd door Haarlem (60 procent van het totale pakket). Bezuinigingen op werk/inkomen, maatschappelijke ondersteuning en zorg betekenen onder meer minder gesubsidieerde arbeid, re-integratie en voorzieningen voor laagste i-nkomens. Emmen zoekt hier bijna 50 procent van alle bezuinigingen, Rotterdam 45 procent, Enschede ruim 35 procent. Groningen, Eindhoven, Nijmegen, Venlo en Zwolle ontzien deze beleidsterreinen.
Zeventien gemeenten bezuinigen meer dan strikt noodzakelijk om ondanks alles nieuw beleid te kunnen realiseren. De bezuinigingsopgave gaat in die gemeenten daarvoor met gemiddeld 25 procent omhoog, in Den Haag, Ede en Rotterdam zelfs met meer dan 30 procent.
Keuzes per gemeente
ALMERE moet structureel 24,6 miljoen euro bezuinigen op een begroting die voor volgend jaar een omvang van 657 miljoen heeft. Grote bezuinigingsposten zijn financiën, bedrijfsvoering en dienstverlening (2,7 miljoen), cultuur (1,7 miljoen), beheer (5,5 miljoen), participatie, zorg en inkomen (6,9 miljoen) en het kostendekkend maken van de parkeerexploitatie (2,3 miljoen). De verzelfstandiging van organisatieonderdelen moet een besparing van 1,5 miljoen opleveren. Er zullen zeker formatieplaatsen verdwijnen, maar het is nog niet bekend hoeveel. De situatie is voor een groeigemeente als Almere extra gecompliceerd, legt een woordvoerster uit. ‘De kosten gaan bij ons voor de baten uit. Voorzieningen als scholen worden al gerealiseerd terwijl er nog onvoldoende leerlingen zijn voor een rendabele exploitatie. Dat gebeurt pas op termijn als de wijk meer bewoners heeft en ook de inkomsten uit het Gemeentefonds en bijvoorbeeld de onroerende zaakbelasting substantieel zijn toegenomen.’
DORDRECHT neemt de bezuinigingen snel: 3,8 miljoen euro in 2012, 2,8 miljoen in 2013 en 1,5 miljoen voor de jaren daarna, op een begroting van ongeveer 430 miljoen euro. De bezuinigingen op programma’s sport & recreatie, onderwijs en economie & cultuur gezamenlijk zijn ongeveer 30 procent van het totaal. Daarnaast is er de zogenaamde Brede Doorlichting een structurele bezuinigingsopgave van 10 miljoen euro vanaf 2013, ter bereiken door efficiencymaatregelen op het gemeentelijk apparaat. Hiervan bestaat ongeveer 2 miljoen uit bezuinigingen op het ambtelijk apparaat.
EDE rekent op een structurele bezuiniging van 13,4 miljoen euro op een begroting voor 2012 van 268 miljoen euro. Uitgangspunt is: niet de kaasschaaf, maar een weloverwogen keuze uit de verschillende programma’s. De bezuinigingen worden voor tweederde gevonden bij beleidsonderdelen als educatie en jeugd, werk en inkomen, en maatschappelijke ondersteuning. Bij dat laatste onderwerp worden de bezuinigingen grotendeels uitgesteld tot 2013 om kwetsbare groepen zo lang mogelijk te ontzien. Het versoberen en efficiënter maken van de bedrijfsvoering moet bijna een derde opleveren; als onderdeel daarvan verdwijnen er 50 to 70 fte door het onvervuld laten van vacatures en natuurlijk verloop. Op alle beleidsterreinen streeft de gemeente ernaar ook nieuw beleid te voeren, zo blijkt uit de Meerjarenbeleidsvisie 2010-2014.
LEEUWARDEN bezuinigt op een totale begroting van zo’n 357 miljoen (voor 2012) een bedrag van 14 miljoen euro (vanaf 2014). Van laatstgenoemd bedrag wordt 2 miljoen ingezet voor nieuw beleid. De stad timmert stevig aan de weg als ‘groene stad’ en blijft investeren in duurzame ontwikkelingen, in de huidige collegeperiode is daarvoor een bedrag van 3,2 miljoen euro opgenomen. Op de bedrijfsvoering van de gemeente wordt structureel 6,4 miljoen euro bezuinigd, waarvan ruim 3 miljoen tot en met 2014 (als onderdeel van de genoemde 14 miljoen). De taakstelling loopt vervolgens door in 2015, 2016 en 2017 tot een totaal van 6,4 miljoen euro.
NIJMEGEN moet vanaf 2014 structureel 35 miljoen euro bezuinigen; in 2012 staat de teller op ongeveer 25 miljoen, op een totale begroting van 750 miljoen euro. Ongeveer 35 procent van de bezuinigingen is op de eigen organisatie en personeel. In de eind november vastgestelde Najaarsnota staat 1,5 miljoen ingeboekt onder de noemer ‘efficiency personeel’ (overigens een post die het gevolg is van een raadsbesluit uit 2008) en ruim tien miljoen voor het verlagen van de eigen organisatiekosten. De gemeente gaat er prat op dat de gemeentelijke belastingen slechts zullen worden verhoogd met het inflatiepercentage.
ZWOLLE gaat voor de jaren 2011 t/m 2015 uit van een bezuinigingstaakstelling van 19 miljoen euro, op een totale begroting van 416 miljoen (voor 2012). De bezuinigingen worden voor 55 procent gezocht bij het ambtelijk apparaat en voor 45 procent (negen miljoen) op inhoudelijke taken. Een deel moet nog worden uitgewerkt, de grootste programma’s waarop wordt bezuinigd zijn cultuur, openbare ruimte en gesubsidieerde instellingen.
Er zijn wel slimmere bezuinigingsmogelijkheden te bedenken, reageert Koos van Dijken, hoofd advies bij Nicis Institute, het kennisinstituut ‘van, voor en door steden in Nederland’. Van Dijken: ‘Je kunt je nog steeds laten inspireren door de goede ideeën van de ambtelijke bezuinigingsgroepen voor de Brede Heroverweging van het vorige kabinet’. Deze commissies kwamen met het voorstel om de taken ‘beleid maken’, ‘uitvoeren’, ‘toezicht houden’ en ‘ondersteunen’ op rijksniveau samen te voegen, om zo kwaliteitsverbeteringen en kostenbesparingen te realiseren. ‘Ook gemeenten - en liefst meerdere gemeenten samen - kunnen kijken of zij op deze wijze en door het doorbreken van de verkokering de heilige graal van kostenbesparingen én kwaliteitsverbeteringen kunnen bereiken,’ aldus van Dijken. ‘De crisis biedt een uitgelezen kans om op deze wijze slimmer te worden.’
Van Dijken ziet bij onderwerpen als de dagbegeleiding AWBZ, Wmo, jeugdzorg, welzijnsbeleid, passend onderwijs en de nieuwe Wet werken naar vermogen mogelijkheden om zaken samen te voegen en de verkokering te doorbreken, liefst in regionale samenwerking van meerdere gemeenten. Daarbij is het doel van kwaliteitsverbeteringen én tegelijkertijd kostenbesparingen lang niet altijd kraakhelder. ‘Vaak gaat het alleen om kostenbesparingen, de kaasschaaf of de botte bijl. Als je kijkt naar de manier waarop gemeenten omgaan met de bijstand, dan zie je dat er alleen maar wordt geprobeerd zo snel mogelijk zoveel mogelijk mensen uit de kaartenbak weer aan het werk te krijgen. Dat is penny wise pound foolish, want op die manier help je vooral de mensen die toch wel weer aan de slag kunnen komen.
Degenen voor wie de re-integratie het hardste nodig is en die daar het meeste baat bij hebben, de groep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, blijven daardoor aan de kant staan. Bovendien kom je die groep ook weer tegen bij het welzijnsbeleid, de Wmo, het gemeentelijk armoede-beleid, enzovoort. Dat zou een extra reden moeten zijn om een modern arbeidsmarktbeleid te gaan voeren in samenwerking met het lokale bedrijfsleven en toegespitst op enkel en alleen de kleine doelgroep die hier echt behoefte aan heeft.’ Belangrijk is daarbij wel dat het Rijk beleidsvrijheid geeft, dat wil zeggen dat gemeenten zelf kunnen besluiten om middelen samen te voegen en niet lastig worden gevallen met talloze gedetailleerde beleidsregels.
Sectorale versnippering
Samenvoeging van beleidsterreinen heeft ook consequenties voor bestuurders: je kunt met minder wethouders volstaan. ‘Programmabegrotingen suggereren wel dat er sprake is van beleidsintegratie, maar die integratie zie je niet terug in de portefeuilles van de wethouders. Verschillende wethouders doen sociale zaken, economie, arbeidsmarktbeleid, onderwijs, verkeer en vervoer en volkshuisvesting. Dat is een enorme sectorale versnippering, terwijl het allemaal met elkaar te maken heeft. Er zijn overigens wel enkele goede voorbeelden, zo heeft Den Haag één wethouder voor sociale zaken, werkgelegenheid en economie.’
Een ander gevolg van het samenvoegen van beleids-terreinen is dat het kan leiden tot een ‘natuurlijke’ afslanking van het ambtenarenapparaat. Van Dijken legt uit wat hij daarmee bedoelt: ‘Door onderwerpen samen te voegen krijg je minder verkokerde belangen, minder afdelingen die allemaal strijden voor het belang van hun onderwerp, minder overleg en minder beleidsnota’s. Zeker bij gedetailleerde uitvoeringsbepalingen is er nu een soort sclerose, afdelingen voeren hun taak naar eer en geweten uit zonder dat er wordt nagedacht of het ook anders kan. Als je taakvelden integreert ontstaan er grotere eenheden die zich kunnen richten op hoofdlijnen, die duidelijker prioriteiten kunnen stellen en duidelijker keuzes kunnen maken. Ik voorzie dat je door onderwerpen te agenderen een soort “zuiverende werking” op het apparaat kunt krijgen.’
Dat klinkt zo langzamerhand toch tamelijk naar de ‘botte bijl’, maar daar is Van Dijken het niet mee eens. ‘Nee, de botte bijl betekent dat je op een bepaald terrein helemaal niets meer doet. Overigens zijn er best argumenten te bedenken om inderdaad helemaal te stoppen met bijvoorbeeld gemeentelijke re-integratie (of om het helemaal over te laten aan het lokale bedrijfsleven), gemeentelijk armoedebeleid of de inburgering. Het zou niet verkeerd zijn om eens de vraag op te werpen hoe effectief dergelijk beleid is en wat de kosten en baten zijn, maar daar is veel politieke moed voor nodig.’
Efficiencywinst en kwaliteitsverbeteringen zijn ook te bereiken door meer samenwerking tussen gemeenten. Veel gemeenten hebben niet de specifieke expertise om bijvoorbeeld in het kader van de Wwb de moeilijkste gevallen naar de arbeidsmarkt te leiden. Dat probleem los je op door op regionaal niveau met elkaar samen te werken. Dit kan ook met shared services en gezamenlijke uitvoeringsdiensten en duidelijke prestatieafspraken op veel meer terreinen. Van Dijken: ‘Waarom maken alle gemeenten die soms dicht bij elkaar liggen allemaal verschillende en veel op elkaar lijkende structuurvisies, sociale nota’s, binnenstadsnota’s, nota’s bedrijfsterreinen, enzovoort? Kan dat niet met veel minder capaciteit, minder kosten en hogere kwaliteit gezamenlijk worden gedaan? Op diverse terreinen, zoals Werkpleinen, gezamenlijke belastingheffing en de Wmo zie je samenwerking tussen gemeenten, maar de lat komt hoger te liggen doordat de kwaliteit moet toenemen, de kosten moeten dalen en de financiële risico’s toenemen. Je ziet dat bij de Wsw, de middelen nemen af terwijl de aanspraken gelijk blijven. Ik vind het niet zo gek dat gemeenten dat als onredelijk ervaren.’
Hebben gemeenten eigenlijk wel voldoende mogelijkheden om te kunnen bezuinigen? Ze zijn immers in veel gevallen slechts de uitvoerder van wetten en regels die ‘van bovenaf’ worden opgelegd. Toch kan er wel wat, voorziet Van Dijken. ‘Gemeenten hebben altijd de keuze hoe ze bepaald beleid uitvoeren. Neem bijvoorbeeld de Wwb. Die moet je inderdaad gewoon uitvoeren, maar je bent als gemeente vrij om te bepalen wat je met het w-gedeelte doet, op welke groepen je je daarbij richt. Bovendien moeten gemeenten bij het Rijk en in het kader van de decentralisatie van beleid blijven hameren op maximale beleidsvrijheid, het mogen bundelen van financiële middelen, eenvoudige verantwoordingsverplichtingen en het niet accepteren van gedetailleerde uitvoeringsverplichtingen.’
Ook nemen gemeenten vaak beleid in uitvoering als er een pot met geld is en denkt men onvoldoende na over de eigen beleidsvrijheid. ‘Enschede is een mooi voorbeeld – op een ander terrein overigens – van het tegendeel. Toen er een paar jaar geleden extra geld beschikbaar kwam voor de zogenaamde “Antillianen- en Marokkanen-gemeenten” hoefde Enschede dat geld niet, omdat men inmiddels geleerd had hoe men deze groep moet aanpakken en daarmee succesvol was. Enschede is met deze reactie – er is geld en ik hoef het niet – in gemeenteland een witte raaf. Meestal zie je de reflex dat er een taak bij het beschikbare geld wordt gezocht.’
Behalve minder uitgeven kunnen gemeenten ook proberen meer inkomsten binnen te halen. Niet met erg veel resultaat, uit het Nicis-onderzoek blijkt dat de beoogde lastenverzwaringen hooguit vijf tot tien procent meer inkomsten in kas brengen. Gemeenten hebben dan ook te weinig mogelijkheden om meer eigen inkomsten te verwerven, vindt Van Dijken: ‘Afgezien van het Gemeentefonds is de OZB de grootste gemeentelijke inkomstenbron, maar die is aan een wettelijk maximum gebonden. Alle andere gemeentelijke belastingen – hondenbelasting, precario, grafrechten, noem maar op – zetten geen zoden aan de dijk, het is drie keer niks. En retributies mogen alleen kostendekkend zijn.’
Gemeenten willen niet voor niets een groter eigen belastinggebied hebben, en daar is veel voor te zeggen. ‘De verschillen tussen gemeenten en regio’s nemen toe,’ constateert Van Dijken. ‘Ik zou zeggen: sluit daarbij aan door een vergroting van en differentiatie in het gemeentelijk belastinggebied mogelijk te maken. Je zou voor centrumgemeenten een deel van de loonbelasting lokaal kunnen maken, of een deel van de winstbelasting van de daar gevestigde bedrijven. Als bijvoorbeeld 5 procent van de winstbelasting naar de gemeenten gaat, dan betekent dat toch geen rampspoed voor de schatkist? Bovendien laat je dit natuurlijk doorwerken in de uitkering van het Gemeentefonds.’
Sommige gemeenten kiezen voor een soort vlucht naar voren, ze bezuinigen nog een tandje extra om ondanks de krapte nieuw beleid mogelijk te maken. Van Dijken heeft daar een genuanceerd oordeel over: ‘Je kunt dat inderdaad doen als het om bezuinigingen van 5 tot 10 procent op het totale budget gaat. Dat doet wel pijn, maar is desondanks niet heel ingrijpend. Je hoeft daarbij nog steeds geen echte keuzes te maken, dat speelt pas als het om hogere bedragen gaat. Hogere besparingen vergroten de kans dat slimmer beleid moet worden bedacht. Daarbij blijft altijd wel een belangrijke vraag hoe nuttig en slim het nieuwe beleid is dat met de extra besparingen mogelijk gemaakt wordt. Extra bezuinigen om met het bespaarde geld het gemeentelijk armoedebeleid overeind te houden oogt wel heel sociaal, maar het is de vraag of het echt wat oplevert. Arnhem probeert dat onder meer te doen door in buitenwijken prullenbakken weg te halen. Dat leidt mogelijk tot verwaarlozing en verloedering op straat, en dat heeft misschien wel een veel slechter effect op de stad dan het overeind houden van het armoedebeleid.’
Toch kunnen er valide redenen zijn om extra te bezuinigen. ‘Ik vind het iets anders wanneer het wordt gedaan om geld in een investeringsfonds te stoppen waarmee een verwaarloosd stuk stad kan worden opgeknapt. Een dergelijke “oorlogskas” kan zinvol zijn nu projectontwikkelaars het door de crisis laten afweten. En wat ook getuigt van visie is de keuze die de gemeente Den Haag maakt om geld uit te trekken voor verlengde leertijden en voor vreemdetalenonderwijs op de basisschool. Dat is een investering in de kwaliteit van je toekomstige beroepsbevolking. Het is moeilijk om het rendement ervan te berekenen, maar het is zeker geen domme investering.’
Gerelateerde artikelen
- Gemeenten geven burger de ruimte
- Mobiliteitscentrum voor wegbezuinigde ambtenaar
- Gemeenten wijzen deel bestuursakkoord af
- Burgerpanels Zeist openden de ogen
- Elektronisch formulier voor bijzondere bijstand
- Huub, huub! Barbatruc!
- 'Het uitgangspunt is zelfredzaamheid'
- Cascademethode biedt meer grip op bezuinigen
- Decentralisatie dreigt te snel te gaan
- Welke beleidsvoornemens gaan wel/niet door?
Trefwoorden
Van onze partners
Gratis elke week het belangrijkste nieuws van PM Public Mission in uw mailbox? Schrijf u dan hier in voor onze e-mailnieuwsbrief.










Nieuwe reactie inzenden