Politici brengen toezicht in verwarring
Met onredelijke en ondeskundige eisen brengt de Tweede Kamer het toezicht telkens meer in verwarring, betoogt Rob Velders, zelfstandig consultant op het gebied van toezicht en handhaving. Ook keert hij zich tegen de mythe van het ‘zelfrijzende bakmeel’ der inspecties: ‘Van de 23 toezichthouders die er begin deze eeuw waren zijn er eind volgend jaar nog tien over’.
De Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer haalde onlangs vernietigend uit naar de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) inzake de mislukte operatie van baby Jelmer. Gezien de reeds eerder gemaakte excuses van de IGZ wellicht terecht. In het radioprogramma Argos ging Brenninkmeijer nog een stapje verder. In feite diskwalificeerde hij toen de gehele IGZ-organisatie. In zijn column in het decembernummer van PM – met de veelzeggende titel Toezicht in verwarring – sprak Brenninkmeijer zijn zorgen uit over het vertrouwen van de burger in de rol van alle inspecties. Het is opmerkelijk hoe zes gegronde klachten over de IGZ van jaren geleden kunnen leiden tot zulke vergaande conclusies over het gehele rijkstoezicht. Maar toch denk ik dat hij een punt heeft.
De Nationale ombudsman deed zijn oproep aan de gezamenlijke inspecties om een visie te ontwikkelen over de verhouding burger-inspectie echter aan het verkeerde adres. De verwarring tussen inspecties en burgers wordt namelijk veroorzaakt door de politiek.
In diezelfde uitzending van Argos kwam ook Tweede Kamerlid Lea Bouwmeester (PvdA) aan het woord. Zij gaf aan dat de IGZ niet wenst te leren en niet onafhankelijk genoeg is. Dat zijn verbazingwekkende stellingen. Juist de IGZ verricht veel onderzoek naar verbetering van het toezicht. Bouwmeester diende zelfs een motie in waarin ze verzoekt de stichting Zonnehuizen onder verscherpt toezicht van de IGZ te stellen. Als ze van mening is dat de IGZ onafhankelijk moet zijn, dan moet de Kamer zich ook niet met individuele gevallen bemoeien.
Bouwmeester diende in december 2011 een motie in waarin ze vraagt om onafhankelijk onderzoek naar het functioneren van de IGZ. Dat onderzoek lijkt me een goede zaak, vooral omdat ik verwacht dat de IGZ er helemaal niet zo slecht uit zal komen. Het zou mooi zijn als in dat onderzoek ook de effecten die de Tweede Kamer uitoefent op de IGZ aan de orde komen.
Bouwmeester wil dat de Onderzoeksraad voor de Veiligheid genoemd onderzoek gaat uitvoeren. Een onzinnig voorstel: dat is geen taak voor die organisatie. Mij lijkt het meer voor de hand liggen om daarvoor een speciale commissie op te richten. Zoiets als de Commissie Vanthemsche, die twee jaar geleden een onderzoek naar het functioneren van de VWA inzake veetransport en slachterijen uitvoerde.
Selectie
Maar Lea Bouwmeester is niet het enige Kamerlid dat de feiten rond toezicht niet kent dan wel er erg selectief in shopt of simplificeert. Zo is het beeld van het gemiddelde Kamerlid dat het toezicht groeit. Regelmatig spreekt men in de Tweede Kamer in dit verband van ‘zelfrijzend bakmeel’. Als het gaat over inspecties is dat feitelijk onjuist. Van de 23 toezichthouders die er begin deze eeuw waren zijn er eind volgend jaar nog tien over. Ook werkt er dan ongeveer een kwart tot eenderde minder toezichthouders dan in 2000.
Te pas en te onpas roept de Kamer om meer en strenger toezicht, bij voorkeur op basis van incidenten, artikelen in de pers of van (meestal eenzijdige) signalen uit het veld. Meer en strenger toezicht op mobiele operators, op woonadressen van mensen, op chemische bedrijven, opgevoerde brommers, cabotage, niet-geïmporteerde auto’s met een buitenlands kenteken, de (linkse) pers, op zwembaden etc. Afgelopen jaar riep de Kamer tussen de 50 en 100 keer om meer toezicht op de meest uiteenlopende sectoren.
Zijn die oproepen nuttig? Vaak niet. Ten eerste wordt de vraag of meer en strenger toezicht het probleem überhaupt kan oplossen eigenlijk nooit gesteld. Daarnaast heb ik verschillende keren Kamerleden gevraagd wat voor beeld ze precies hebben bij de uitvoering van deze moties. Zo besloot de Kamer dat de IGZ ‘mystery guests’ (inspecteurs die in de huid van bijvoorbeeld patiënten kruipen) moet inzetten voor het toezicht op verpleeghuizen. Maar geen enkele fractie heeft daar ook maar enig concreet beeld bij. De meesten komen niet verder dan dat de IGZ onverwacht moet controleren. Maar dat is toch echt iets totaal anders dan de inzet van spookcontroleurs. Bovendien was de IGZ al begonnen met onverwachte controles.
Een nog markanter voorbeeld is de onlangs aangenomen motie van Sander de Rouwe (CDA) met als strekking dat straks ook voor niet-geïmporteerde auto’s wegenbelasting moet worden betaald. De Rouwe weet ook hoe dat moet gebeuren, namelijk met behulp van camera’s met automatische nummerplaatherkenning (ANPR). Maar wat heb je in dit geval aan ANPR als je van diezelfde Kamer de kentekengegevens die op beeld worden vastgelegd niet (of straks slechts 28 dagen) mag bewaren? Dan kun je toch ook niet constateren dat deze auto’s langere tijd in Nederland rondrijden?
Kortom, de Kamer kan zich beter niet inhoudelijk bemoeien met het toezicht. Dat is de kern van het probleem dat Brennink-meijer signaleert. Want enerzijds wordt er continu gekort op toezicht en anderzijds wordt er onoordeelkundig, op basis van incidenten en vanuit de onderbuik geroepen om meer en strenger toezicht. Dat wekt verwachtingen bij de burgers die de inspecties dus vaak niet kunnen waarmaken. Het is wellicht een mooie opdracht voor de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken om daarover eens een heldere visie te formuleren.
Gerelateerde artikelen
Van onze partners
Gratis elke week het belangrijkste nieuws van PM Public Mission in uw mailbox? Schrijf u dan hier in voor onze e-mailnieuwsbrief.










Reacties
123
Nieuwe reactie inzenden