Welkom in Nederland
Eigenlijk mag het een wonder heten dat zoveel vreemdelingen de moeite nemen om voor een Nederlands bedrijf te komen werken. Hoewel de kennismigrantenregeling bedoeld is het om voor bedrijven makkelijker te maken buitenlands talent binnen te halen, stuiten veel kenniswerkers op een hoop bureaucratie. Het leidde eind september tot vragen vanuit de PvdA over de 'omslachtige werkwijze van de IND ten aanzien van kennismigranten'.
Vreemdelingen kunnen alleen in aanmerking komen voor de kennismigrantenprocedure als ze werk hebben én als hun werkgever een verklaring van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft ondertekend. De werkgever zorgt in de meeste gevallen voor de procedureaanvraag. Vaak gaat dat zonder problemen, constateert Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs. Nuffic adviseert bedrijven die kennismigranten en onderzoekers in dienst willen nemen. Suzanne Govers van het mobstacle-team (een samentrekking van mobility obstacles) van Nuffic ziet dat het merendeel van de problemen ligt bij de huisvesting in Nederland en het laten overkomen van het gezin. Dat laatste wordt ook door de IND als lastig punt ervaren. Govers: 'In principe streeft de IND ernaar binnen twee weken een beslissing te nemen als een werkgever een aanvraag indient. Daarna zijn er - bij een positief besluit - drie weken nodig om het bijbehorende verblijfspasje te verstrekken. 'Als de aanvraag niet compleet is, kan de procedure nog wat uitlopen,' zegt Govers. Andere veelvoorkomende problemen zijn het huisvesten van kennismigranten en het naar Nederland halen van gezinsleden. Soms laat het verstrekken van het burgerservicenummer op zich wachten, waardoor een migrant geen bankrekening kan openen en daardoor geen salaris kan ontvangen.
Het kabinet is druk doende deze problemen op te lossen. Zo is het al makkelijker gemaakt om gezins-leden op een later tijdstip over te laten komen. In 2006 zijn de mogelijkheden voor onderzoekers en studenten al verruimd. Dit heeft echter niet kunnen verhoeden dat er problemen zijn. PM sprak met twee kennis-migranten. Willie van der Merwe kwam onlangs naar Nederland en Hakimullah Hekmat maakte al eerder van de regeling gebruik.
Geen klaagzang
Voor professor Willie van der Merwe uit Zuid-Afrika is één ding duidelijk: het verhaal over zijn komst naar Nederland mag absoluut geen klaagzang worden. 'Ik voel me ongelooflijk welkom in Nederland. De mensen hier zijn vriendelijk en beschaafd en de VU heeft me ontzettend goed geholpen om hier te komen.' De aimabele Zuid-Afrikaanse filosoof en theoloog Van der Merwe (1957) bekleedt met ingang van dit studiejaar de leerstoel godsdienstfilosofie aan de Amsterdamse Vrije Universiteit (VU). Hij gaat zich bezighouden met vraagstukken rond culturele diversiteit en pluriformiteit.
In mei benoemde de VU de professor, die op dat moment nog filosofie doceerde aan de befaamde universiteit van Stellenbosch, nabij Kaapstad. Enkele maanden voordien werd Van der Merwe benaderd. Hij is geen onbekende in Nederland: eerder was hij onder meer enkele maanden werkzaam als research fellow en gastdocent aan de universiteiten van Nijmegen en Tilburg. Zijn komst bracht dit keer de nodige problemen met zich mee. Waar van der Merwe, overigens ook nog afgestudeerd in de literatuurwetenschappen, eerder voor enkele maanden in het land was, is hij dat nu permanent, evenals zijn vrouw en vijftienjarige dochter. Zijn oudste zoon is in Zuid-Afrika gebleven om het laatste jaar van zijn middelbare school af te maken.
Het aanvragen van een visum bleek niet gemakkelijk, vertelt Van der Merwe op de tweede etage van de universiteit aan De Boelelaan in Amsterdam. Zo moest ieder gezinslid op een ander moment naar het Nederlandse consulaat in Kaapstad, een uur rijden van hun woonplaats Stellenbosch. 'Het hele inburgeringsproces is bureaucratisch,' zegt Van der Merwe. 'Ik heb het als niet efficiënt ervaren en bovendien was het niet verwelkomend. Ik was begin juni in Nederland om te onderhandelen over mijn baan. Direct daarna heb ik alle benodigde documenten door een koerier laten afgeven bij het internationale bureau van de VU dat alles regelt met de IND, en onze aankomstdatum gepland. Op 14 juli zouden we in Nederland aankomen.'
Fortuinzoeker
Vlak voordat de familie Van der Merwe naar Nederland zou reizen, zo'n zes weken na de visumaanvraag, bleek dat er een zogenoemde apostille-stempel ontbrak op de geboorte- en huwelijkscertificaten. 'Die stempel kennen we helemaal niet in Zuid-Afrika,' zegt Van der Merwe. 'De IND veronderstelde - nogal naïef - dat ik een vergelijkbare stempel wel even kon regelen. Maar die kun je alleen persoonlijk afhalen in Pretoria. Dat is net zo ver als Madrid vanuit Amsterdam. Bovendien duurt het aanvragen ervan drie maanden. Dat heb ik dus niet gedaan. Uiteindelijk heeft iemand van het bestuur van de VU geïntervenieerd. Toen was het in een dag geregeld.' Wat Van der Merwe nog het meest heeft geschokt, is dat de gestempelde documenten naar de IND gefaxt moesten worden. 'Dat is haast kafkaiaans. Alsof ze zo niet te vervalsen zijn.'
Na veel gesteggel over de stempel bleek dat de certificaten ook nog eens onvolledig waren. De IND wilde de unabreached versie van het document, met niet alleen de namen van de huwelijkspartners, maar ook van de ouders en grootouders. 'Bij ons in Zuid-Afrika is de breached versie voldoende voor alle rechtsprocessen.'
De Zuid-Afrikaan vindt dat hij is behandeld als 'ongewenst persoon of fortuinzoeker'. 'Alsof we clandestiene bedoelingen hadden. Het probleem is dat kennismigranten in een andere categorie horen dan "gewone" migranten en vluchtelingen. Bekijk het vanuit ons perspectief: je maakt met je gezin plotseling een geweldig moeilijke tijd door. Een gewone migrant denkt er misschien wel jaren over na en doet het puur voor zichzelf. Ik doe het natuurlijk ook wel voor mezelf, voor mijn carrière, maar ook om het land te helpen. Kennismigranten zijn mensen met schaarse expertise en dus ook in eigen land veelgevraagd. Je vindt als kennismigrant dat je niet de vragende partij bent en ook niet zo hoort te worden behandeld. Ik denk ook dat ik met mijn achtergrond iets breng dat moeilijk in één persoon te vinden is.'
Van der Merwe is naar Nederland gekomen om de veranderende samenleving in het land te bestuderen: de overgang naar een multiculturele staat en de omgang met minderheden. Problemen die Zuid-Afrika na de apartheid ook had. 'Ik voelde een roeping om naar Nederland te komen. We hebben in Zuid-Afrika veel ervaring opgedaan met multicultureel samenleven en met verzoening. Ik wil vanuit die positie graag een bijdrage leveren en kan dat ook.'
Op het moment dat de VU de professor benaderde voor een transfer naar Nederland, begon voor Van der Merwe een hectische tijd. De theoloog kijkt er met gemengde gevoelens op terug. 'Je verbreekt plotseling de banden met je werkgever. Het is een vorm van opoffering, het is niet zo dat ik vlucht uit mijn land. Het is ook niet tijdelijk, je verschuift je hele leven naar hier.' Het hele proces is Van der Merwe ontzettend tegengevallen. 'Het is absurd dat van ons verwacht werd een hindernisloop te voltooien, terwijl het al ontzettend moeilijk is zo'n drastische stap te nemen. Ik begrijp niet dat er geen lessen geleerd zijn. Het is niet zo dat ik de eerste Zuid-Afrikaanse kennismigrant ben. Wat mijn gezin en ik triest vonden, is dat we de indruk hadden niet te worden geholpen, maar tegengehouden werden. We hebben niet eens een bedankje gehad van de Nederlandse consul in Kaapstad of van de IND dat wij naar Nederland wilden komen om te werken. Ik ben nochtans erg blij dat ik in Nederland ben.'
Weinig rechten
Toen Hakimullah Hekmat vanuit Afghanistan naar Nederland kwam, was het niet de bedoeling om als kenniswerker aan de slag te gaan. De reden dat hij zijn moederland verliet, was die van veel anderen: in 2000 kwam hij als politiek vluchteling naar Nederland.
Als asielzoeker had Hekmat (1971) in Nederland weinig rechten. Hij mocht niet werken en reizen en uitzetting dreigde. Toch bleef de Afghaan niet stilzitten: hij pakte zijn vak weer op en begon aan de studie geneeskunde, waar hij in het vierde jaar kon instromen. Hekmat: 'Ik was al arts maar mijn papieren golden hier niet. Ik moest eerst nog wat vakken voor mijn doctoraal halen en daarna twee jaar coschappen lopen.' Toen hij in mei 2005 bijna klaar was met zijn studie kreeg hij te horen dat hij uitgeprocedeerd was en Nederland moest verlaten. Maar het geluk leek Hekmat toe te lachen: door een uitzonderingsregeling die de toenmalige minister Nawijn (LPF) voor Vreemdelingenzaken en Integratie maakte voor een bepaalde groep politieke vluchtelingen werd zijn procedure heropend.
Intussen had Hekmat contact opgenomen met de IND om zijn asielprocedure stop te zetten zodat hij in aanmerking kon komen voor de net ingevoerde kennismigrantenregeling. Het werd hem niet makkelijker gemaakt. Hekmat: 'Bij aanvraag van de verblijfsvergunning werd geëist dat ik terugging naar mijn geboorteland om het verzoek in te dienen. Maar dat was een probleem: wanneer ik terug zou gaan naar het land waaruit ik gevlucht was, dan zou ik een groot risico lopen om opgepakt of vermoord te worden door degenen voor wie ik gevlucht was, en zou ik niet meer terug naar Nederland kunnen.' Na veel contact met de IND en andere instanties, lukt het hem uiteindelijk om vrijgesteld te worden.
Hekmat kwam voor de kennismigrantenregeling in aanmerking doordat hij bezig was met onderzoek aan het VU Medisch Centrum in Amsterdam. 'Anders had ik nooit kunnen voldoen aan de looneisen. Als onderzoeker krijg je een minimaal salaris en bereik je nooit het salariscriterium [zie kader]. Voor iemand die vanuit het buitenland naar Nederland wil komen om te werken is de kans bijna nul om te voldoen aan het criterium dat de IND heeft ingesteld voor kennismigranten,' zegt Hekmat. 'De regel is misschien goed bedacht, maar niet functioneel. Hoe goed je ook bent opgeleid, het is niet realistisch om meteen een baan te vinden met zo'n hoog salaris.'
Dankbaar
Sinds mei 2005 is Hekmat arts in opleiding tot specialist Maag-Darm-Leverziekten in het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis te Amsterdam. 'Toen ik als vluchteling in Nederland aankwam heb ik een studieplek gekregen waar een gewone Nederlander voor moet loten. De overheid heeft veel geld in mij geïnvesteerd, elk studiejaar kost tienduizenden euro's.' Hekmat is de Nederlandse staat dankbaar. 'Zonder de steun zou ik nooit zo ver gekomen zijn.'
De moeilijkheden die hij na zijn studie had om een baan te vinden, heeft hij nooit begrepen. 'Ik was klaar met studeren en er was veel in mij geïnvesteerd. Toch mocht ik niet werken omdat ik geen verblijfsvergunning had,' zegt hij. 'Er waren veel problemen in de zorg en iedereen riep dat er een groot tekort was aan hoogopgeleide mensen.'
Ondanks de kennismigrantenregeling heeft Hekmat veel problemen gehad om zich in Nederland te vestigen. Pas toen hij een verblijfsvergunning had, kon hij ook zijn vrouw laten overkomen. Zes jaar had hij haar niet gezien: 'Ik kon niet terugkeren en zij kon niet hier komen. Alleen als mijn vrouw tegelijkertijd met mij de aanvraag voor een verblijfsvergunning had ingediend was de procedure die geldt voor familie van een kennismigrant een optie geweest. Ik weet niet of het inmiddels al veranderd is, maar omdat zij mij nareisde moest ze de normale procedure volgen,' aldus Hekmat.
Als Hekmat gevraagd wordt op welke wijze Nederland van hem kan profiteren, lacht hij verlegen. 'De opleiding tot arts kost erg veel tijd. Niet iedereen kan daarom arts worden. Er moet worden gezocht naar mensen met bepaalde capaciteiten. Uit welk land deze personen ook komen, zij kunnen wel een aanwinst zijn.' Als de arts in Afghanistan niet zoveel problemen zou hebben gehad dan was hij het liefst daar gebleven. Hekmat: 'In Afghanistan ben ik het meest nodig en het land is in mij geïnteresseerd. Maar als mijn kinderen groot zijn en hier naar school gaan, dan weet ik niet of ik ooit zal terugkeren,' zegt de arts. 'De eerste vijf jaar in Nederland zijn verschrikkelijke jaren geweest, met heel veel onzekerheid. Als ik niet zo'n doorzetter was, was ik allang weg geweest.'
De kennismigrantenregeling
Een vreemdeling die naar Nederland komt om te werken en daarbij een bruto-inkomen heeft van boven de 47.565 euro, kan aangemerkt worden als kennismigrant. Voor jongere migranten - onder de dertig jaar - en onderzoekers en promovendi gelden soepeler eisen. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) stelt daarbij wel als voorwaarde dat de migrant werkzaam is bij een bedrijf dat een overeenkomst heeft gesloten met de IND over het gebruik van de bijbehorende regelingen en procedures.
Gerelateerde artikelen
- Innovatie verliest van duurzame energie
- Martijn van der Steen: Professor Yu
- Mega-onderzoek op komst naar uitbouw nanotechnologie
- MKB vreest verkokering
- ‘Universiteiten en kennis zijn keiharde economie’
- ‘Het draait allemaal om geld’
- Grand Café: Slimmer Werken in Actie!
- Ontwikkel die creativiteit
- Delfshaven blij met cloud computing
Van onze partners
Gratis elke week het belangrijkste nieuws van PM Public Mission in uw mailbox? Schrijf u dan hier in voor onze e-mailnieuwsbrief.










Nieuwe reactie inzenden