Ter Horst tegen wetswijziging

Toezichtscollege CTIVD wil oud-AIVD'ers kunnen horen

Delen via:

Door: René Zwaap | 26.06.2009
De AIVD staat onder druk. De Telegraaf voert een ongekende hetze tegen de dienst en nu wil ook het College van Toezicht op de veiligheidsdienst onbelemmerde toegang tot oud-AIVD’ers. Minister Ter Horst verzet zich.

De Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) heeft minister Ter Horst van BZK gevraagd de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WIV) te wijzigen, zodat ten aanzien van voormalige medewerkers van de AIVD niet langer ministeriële ontheffing van de geheimhoudingsplicht is benodigd. Op 10 juni jl. schreef Ter Horst in een brief aan de Kamer dat ze zo’n wijziging pertinent afwijst.

Waarnemend voorzitter Bert van Delden van de CTIVD laat weten dat zijn commissie vasthoudt aan het voorstel de wet te wijzigen en dat zal voorleggen aan de vaste Kamercommissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Het antwoord van minister Ter Horst op het verzoek van de CTIVD overtuigt niet, aldus Van Delden. ‘De CTIVD is een volstrekt onafhankelijke commissie, en daarin past het niet dat wij eerst ministeriële goedkeuring moeten vragen om een oud-medewerker van de AIVD te kunnen horen. Wanneer wij iemand van de dienst willen horen die nog wél voor de AIVD werkzaam is, geldt die beperking niet, dus waarom zou die dan wel gelden voor oud-medewerkers?’

 De redenering van de minister is dat het bijna nooit voorkomt dat oud-AIVD’ers door de CTIVD worden gehoord, en dat wetswijziging daarom ‘een overdreven zwaar instrument’ is. Van Delden: ‘Maar wij verwachten juist dat het in de toekomst veel meer gaat gebeuren dat wij oud-AIVD’ers moeten horen. Het adagium “Eens AIVD, altijd AIVD gaat al lang niet meer op, er is veel doorstroming bij de dienst. Aangezien wij als commissie gemoeid zijn met toezicht achteraf, is het bijna onvermijdelijk dat we in de toekomst steeds meer oud-AIVD’ers zullen moeten horen.’

Inconsistent
In haar antwoord op het CTIVD-voorstel, dat in januari werd ingediend in het kader van de evaluatie door de CTIVD inzake financieel-economische onderzoeken door de AIVD, wijst de minister er onder meer op dat de CTIVD in dezelfde positie zit als de rechter als het gaat om het kunnen horen van AIVD’ers. Ter Horst in haar brief aan de Kamer: ‘Het door de commissie gehanteerde argument dat de ministeriële ontheffing zich slecht verdraagt met de onafhankelijke positie van de commissie overtuigt niet.’ De minister betoogt dat in de WIV vastgelegd dat zowel de huidige als vroegere medewerkers van de AIVD door de minister van hun verschoningsplicht moeten worden ontheven voordat ze als getuige of deskundige kunnen worden gehoord door een rechtbank of door de CTIVD. ‘Tussen de door de commissie gewraakte regeling en het onafhankelijk kunnen functioneren van de commissie bestaat dan ook naar mijn mening geen relatie,’ aldus Ter Horst in haar brief aan de Kamer.

Discrepantie
Volgens Van Delden gaat die interpretatie van de minister echter niet op. ‘De rechter heeft inderdaad ministeriële toestemming nodig om AIVD-medewerkers te kunnen horen, maar de CTIVD uitdrukkelijk niet, dat is per wet geregeld. De CTIVD heeft een andere positie dan de onafhankelijke rechter: onze verhoren zijn niet openbaar en worden ook niet bekend gemaakt. De commissie heeft dan ook onbeperkt toegang tot de gegevens van de AIVD. Het is dan ook een inconsistentie in de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten dat onze commissie voor het horen van oud-AIVD’ers ineens wél toestemming van de ministers moet vragen. Vandaar ons voorstel tot wijziging van die wet om die discrepantie eruit te halen.’

In het verleden heeft de CTIVD al oud-medewerkers van de AIVD (en ook van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst MIVD) gehoord zonder dat ministeriële ontheffing ter sprake kwam, aldus Van Delden. Het negatieve antwoord van Ter Horst is daarom in tegenspraak tot eerder gevoerd beleid.

De CTIVD bestaat sinds 1 juli 2003 als onafhankelijk extern toezichtorgaan op de AIVD en de MIVD. Eerder deze maand nam Irene Michiels van Kessenich-Hoogendam afscheid als voorzitter van de commissie. Een opvolger is er nog niet, aldus waarnemend voorzitter Van Delden. De voordracht voor het voorzitterschap gebeurt op aanwijzing van de minister-president en de ministers van BZK en Defensie.

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.