Te weinig tijd

Nagenoeg geen Europese ervaring op topniveau

Door: Simon Blok | 09.10.2009

'Europa moet dagelijkse kost zijn'

Moniek Vos was tot vorige week gedetacheerd bij het secretariaat-generaal van de Europese Commissie. Vanaf 1 oktober is ze weer terug in Den Haag en werkt ze bij de directie Juridische en Operationele Aangelegenheden van het ministerie van Justitie. Wat is volgens Vos de meerwaarde van Europese ervaring?

‘Ik heb veel geleerd door te werken in de multiculturele omgeving van de Europese Unie. Die ervaring doe je niet op uit een boekje. Zo merkte ik dat Franse collega’s meer laverend op hun doel afgaan en dat de Nederlandse benadering soms iets te direct is in de omgang. Zo leer je om te schakelen tussen mensen en het nodigt uit tot gezonde zelfreflectie. Daarnaast kom je in aanraking met andere manieren van problemen oplossen en nieuwe zienswijzen. Je leert om Europees te denken en niet alleen maar door Nederlandse ogen naar dingen te kijken. Mijn taalvaardigheden hebben zich ook sterk ontwikkeld de afgelopen periode. Door te werken in een andere taal, ga je ook op een andere manier functioneren. Het dwingt je namelijk terug naar de kern: Wat wil ik eigenlijk zeggen? Waar draait het om?

Ervaring opdoen bij een instelling van de Europese Unie is mijns inziens onontbeerlijk voor ambtenaren. Er is nog nauwelijks een beleidsterrein te vinden waarop Europese regelgeving niet van invloed is. Voor topambtenaren is het nog belangrijker. Als je goed wilt functioneren als organisatie moet je proactief zijn richting Europa en je stem laten horen. Er valt zoveel te halen. Er zijn potjes met geld waar je een beroep op kunt doen en er wordt belangrijke informatie weggegeven. Bovendien is er inzicht en kennis nodig om invloed uit te oefenen en gericht te lobbyen voor bijvoorbeeld goed implementeerbare wetgeving. Het hoort wat mij betreft echt dagelijkse kost te zijn voor een topambtenaar. Het beeld dat wij alles wel even vanuit Den Haag kunnen regelen is achterhaald.’

De huidige veertien SG’s hebben nauwelijks Europese ervaring, hoewel dat vanaf 2011 wel als eis gaat gelden om in aanmerking te komen voor een functie in schaal 15 en hoger. Hoe kan het Europese kennisgat onder topambtenaren worden gedicht?

Als de overheid optimaal wil blijven functioneren, is het bevorderen van kennis over ‘het Europese’ essentieel, zo concludeerden onderzoekers van Clingendael in het rapport Naar een sterker Europees profiel voor directeuren eind 2007. EU-deskundigheid zit namelijk niet zo diepgeworteld in de leidinggevende niveaus. Zo hebben de huidige secretarissen-generaal nagenoeg geen Europese ervaring. Alleen Ed Kronenburg is in Brussel gestationeerd geweest, maar dat is voor een SG van Buitenlandse Zaken niet zo vreemd. Hij werkte onder meer bij de Permanente Vertegenwoordiging van de Europese Unie en als plaatsvervangend kabinetschef van oud-Eurocommissaris Hans van den Broek.

‘Wij beargumenteren in het rapport dat topambtenaren, als spelbepalers en regisseurs binnen departementen, op zijn minst kennis van het speelveld en de Europese kaders moeten hebben,’ aldus Mendeltje van Keulen, coauteur en senior fellow van het Clingendael European Studies Programme. ‘De behoefte aan EU-kennis en ervaring is sterk afhankelijk van de desbetreffende functie. Dat topambtenaren regelmatig rouleren van functie, vereist dat iedereen over Europese bekwaamheid beschikt. Ze krijgen er op den duur allemaal mee te maken.’

Om de Nederlandse positie en belangenbehartiging in Europa te versterken, heeft het kabinet besloten tot het invoeren van een Europees personeelsbeleid als onderdeel van het programma Vernieuwing Rijksdienst. Het project heeft enkele rijksbrede doelstellingen, waaronder het vergroten van het aantal EU-opleidingen en trainingen en het aantal gedetacheerde ambtenaren, Experts Nationaux Detachés (END’ers), bij de Europese Commissie. Bovendien wordt deelname aan het concours gestimuleerd en zouden rijkstrainees een semester op een EU-gerelateerd terrein moeten werken. Het beleid versterkt met name het Europese element aan de basis en in het midden-kader. Zo is er meer aandacht voor Europa in departementale opleidings-programma’s, het rijkstrainee-programma en het ABD--Kandidaten-programma van BZK. Het bevorderen van Europese kennis en ervaring onder topambtenaren vraagt om een andere aanpak.

‘Europese kennis is iets wat zal moeten groeien,’ benadrukt Van Keulen. ‘De huidige generatie topambtenaren stamt uit de periode dat kennis van Europa nog niet noodzakelijk was.’ Omdat directeuren slechts zes dagen per jaar tijd voor persoonlijke ontwikkeling hebben, moet Europa concurreren met andere onderwerpen. Het criterium waarin gesteld wordt dat een ABD-manager ‘ervaring heeft met het werken in een steeds complexer wordende Europese dan wel internationale context’ wordt nu nog als richtlijn gebruikt, maar zal vanaf 2011 als hard toelatingscriterium gaan gelden voor een functie in schaal 15 en hoger.

Coaching
‘Het gebrek aan ervaring zal vanzelf verdwijnen in de toekomst, maar er zijn wel degelijk mogelijkheden voor huidige topambtenaren,’ aldus Van Keulen. ‘-Individuele coaching is een uitstekende manier om kennis te vergroten. Het gebeurt vaak voor andere vaardigheden. Waarom zou men geen gebruik maken van coaching op Europees gebied?’ Het volgen van een opfriscursus is volgens haar een andere manier en ze wijst er meteen maar even op dat haar organisatie daarin kan voorzien. Zo heeft Clingendael dit voorjaar een eerste EU-masterclass georganiseerd voor directeuren en afdelingshoofden van Verkeer en Waterstaat. Richard Ossendorp, hoofd van de afdeling Europa van de directie Internationaal en Strategie van VenW: ‘In deze masterclass is gesproken over het belang van Europese besluitvorming, de mogelijkheden tot agendasetting en de problemen waar je soms tegenaan loopt bij de uitvoering en de handhaving van EU-regels. Natuurlijk is ook de vraag aan bod gekomen hoe je als manager je Brusselse inzet organiseert.’ Ossendorp vertelt dat volgend jaar een vervolg wordt gegeven aan deze EU--masterclass. ‘Gericht op een gemengd gezelschap, dus niet alleen VenW’ers, maar ook managers van andere departementen zodat we van elkaar kunnen leren.’ Er worden binnen VenW ook andere kennistrajecten gestimuleerd. Via de Universiteit Leiden kunnen VenW’ers die voor het eerst in hun werk in aanraking komen met Brussel zich inschrijven voor een EU-oriëntatiecursus. Ook is er een paar keer een tweedaagse module georganiseerd rondom het thema ‘effectieve beïnvloeding van Brusselse besluitvormingsprocessen’.

‘De tijdsdruk maakt het voor cursisten moeilijk om twee dagen vrij te houden, maar ook om er toestemming voor te krijgen,’ zegt Ossendorp. ‘Wij richten ons daarom in het vervolg op de ontwikkeling van een aantal tailor-made sessies. Korte workshops op maat die aansluiten bij de specifieke behoeften.’ Daarbij zullen zoveel mogelijk EU-experts betrokken worden, zoals lobbyisten uit de vervoer- en watersector, leden van het Europese Parlement en hun assistenten, collega’s van de Permanente Vertegenwoordiging en ambtenaren van de Europese Commissie. Externe trajecten, zoals Effectief opereren in Europa van Clingendael, worden ook aangemoedigd. ‘Het is vrijblijvend, maar we sporen iedereen aan om deel te nemen aan dergelijke activiteiten,’ benadrukt Ossendorp. ‘Kennis van de EU is immers iets wat we in veel van ons werk bij VenW echt nodig hebben.’

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
This question is for testing whether you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Neem de karakters uit de bovenstaande afbeelding over.