Nederland eist hoofdrol op in wetenschappelijke revolutie

Nanotechnologie biedt reusachtige dilemma's

Door: Rutger van den Dikkenberg | 09.10.2009
Met een breed investeringsprogramma wil het kabinet Nederland opstuwen naar de absolute mondiale top in de ontwikkeling van nanotechnologie. Door op ultraminuscule schaal te gaan schuiven met atomen en moleculen kunnen wetenschappers voor revolutionaire ontwikkelingen zorgen bij bijvoorbeeld kankerbestrijding en energieopwekking.  Minister Maria van der Hoeven van EZ zette een breed maatschappelijk debat in gang over de ethische bezwaren.

Een maatschappelijk debat over een nieuwe technologie die volgens haar grootste fans de wereld compleet op z’n kop zal zetten. Vorige week werd in de Haagse Nieuwe Kerk het Nanopodium ingeluid, een jaar van dialoog en debat over nanotechnologie, aangejaagd door de in het voorjaar door Economische Zaken ingestelde Commissie Maatschappelijke Dialoog Nanotechnologie (CMDN).

Nanotechnologie, het gebruik van minuscule bouwsteentjes in allerhande toepassingen, biedt grote kansen op oplossingen voor de grote vragen van deze tijd: door moleculen en atomen te herschikken kunnen materiaaleigenschappen intelligent worden verbeterd, versneld en verstevigd of gerichter werken. Deze technologie wordt gerekend tot de sleuteltechnologieën, net als informatietechnologie en biotechnologie, die een grote impact hebben op het leven van alledag. De perspectieven zijn lonkend. Zonnepanelen vangen meer licht, een kras op een auto verdwijnt plots en één keer over je sokken spuiten met nanozilver levert geurvrije schoenen op. Nanochips maken computers stukken sneller, nanodeeltjes in cosmetica dringen diep door in de huid om rimpels en puistjes aan te pakken, bestraling tegen kanker zal niet meer nodig zijn.

Het kabinet wil de positie van Nederland als kennis- en innovatieland inzetten om ook een belangrijke speler te zijn op nanogebied. Voorlopig staat Nederland in de internationale subtop en delen industriegrootmachten als de Verenigde Staten, Duitsland, Japan en Zuid-Korea de lakens uit. Vorig jaar investeerde het kabinet een kleine 250 miljoen euro in onderzoek en ontwikkeling van nanotechnologie, waarmee Nederland mondiaal op de negende plek staat als het gaat om publieke investeringen, en op de  vierde in Europa. Worden de investeringen omgerekend naar omvang van de economie, dan bezet Nederland een derde plek op de wereldranglijst, na Singapore en Israël.

Die toch wel riante positie moet de komende jaren op z’n minst behouden blijven. Maar het kabinet is ambitieus en wil eigenlijk hoger op de mondiale ranglijsten, zoals het aangaf in het vorig jaar in juni ontvouwde Actieplan Nanotechnologie. Verantwoordelijk minister Maria van der Hoeven (EZ) geeft zich er rekenschap van dat brede lagen van de bevolking nog maar weinig weten over nanotechnologie: zowel waar het gaat om de risico’s, als op het gebied van kennis en meningen in de samenleving. Dat laatste bleek vorige week nog maar eens bij de aftrap van het Nanopodium: de CMDN liet een zogenaamde nul-meting in een online onderzoek uitvoeren onder ruim 2500 consumenten, die gevraagd werden wat ze allemaal wisten over nanotechnologie.  Slechts een kwart van de bevolking bleek te weten wat nanotechnologie inhoudt. De helft van de respondenten had nog nooit van het begrip gehoord. Alhoewel de technologie steeds vaker in allerlei producten te vinden is, konden slechts weinigen dergelijke producten noemen. De hoogste tijd dus om enkele essentialia van de nanotechnologie op een rijtje te zetten.

1. Wat is nanotechnologie?
Nanotechnologie is afgeleid van het Griekse woord ‘nano’, dat dwerg betekent. Een nanometer is een miljardste deel van een meter.  De schaal waarop gewerkt wordt is minuscuul en voor het blote oog onzichtbaar. Vingernagels groeien gemiddeld vijf tot tien nanometer per minuut. Nanotechnologen werken met atomen en moleculen. Korte scheikunde les: een molecuul is de basiseenheid van een stof en is opgebouwd uit atomen. Door heel gericht met die deeltjes te ‘knutselen’,  zo vertelt onderzoeker Bart Walhout van het Rathenau Instituut en gespecialiseerd in nanotechnologie,  kunnen materiaalstructuren worden herschikt. ‘Heel vaak wordt nanotechnologie gedefinieerd als het bestuderen en ontwerpen van materialen onder de honderd nanometer.’ Het is een redelijk nieuwe technologie, stelt Walhout. ‘Tot een jaar of tien geleden was dat knutselen vooral het terrein van de chemiesector.  Daar kon ook al veel met moleculen, maar op een veel ongerichter niveau. Men kon losse delen moleculen al wel bestuderen, maar ze nog niet vastpakken. Nanotechnologie is eigenlijk een verzameling van allerlei toepassingsgebieden.’

2. Wat kan met nanotechnologie?
Vrij veel. Door het herschikken van materiaalstructuren kunnen nanotechnologen grote verbeteringen doorvoeren. Denk aan de eerder genoemde sokken die inmiddels al in de winkel verkrijgbaar zijn, maar ook aan diverse coatings die bijvoorbeeld krassen op de autolak automatisch repareren of ervoor zorgen dat vuil en water niet meer kunnen hechten op ramen. Handig voor hoge torenflats en autoruiten. Ook op grotere schaal biedt de technologie kansen: nanotechnoloog Albert van den Berg van de Universiteit Twente ontwikkelde een lab-on-a-chip: mini-laboratoriums kleiner dan een euromunt, maar wel in staat uit zichzelf allerlei ingewikkelde onderzoeken te doen. Hij won er dit jaar de prestigieuze Spinozapremie mee. Over een jaar is het eerste minilab op de markt dat in staat is om in een druppel bloed de dosis lithium te meten. Later komen ook varianten op de markt waarbij mannen in no time een vruchtbaarheidstest kunnen ondergaan. Door nanodeeltjes gericht in te zetten tegen kanker, is radiotherapie met al haar negatieve gevolgen over enkele jaren verleden tijd. De Amerikaanse onderzoeker Craig Venter, die bekendheid verwierf met onderzoek naar genetisch materiaal, ‘bouwt’ bacteriën die geschikt zijn voor het leveren van energie en grondstoffen voor medicijnen.

3. Hoe doet Nederland het als nanoland?
Vooral op het gebied van elektronica speelt Nederland een prominente rol, zegt Walhout. Ook Eppo Bruins, directeur van technologiestichting STW, is opgetogen over de Nederlandse innovatiementaliteit. ‘Nederlandse nanowetenschappers staan wereldwijd op de eerste plaats als het gaat om de relatieve impact van hun werk, waarbij wordt gekeken naar hoe vaak collega-onderzoekers refereren aan je werk. De drie technische universiteiten Eindhoven, Delft en Twente zijn koploper in nanotechnologie.’ Op onderzoeksgebied zijn belangrijke initiatieven gaande. Het kabinet stelde 125 miljoen euro uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES) beschikbaar voor verder onderzoek. ‘Nederland heeft de kans om echt bij de dominante leiders te gaan horen,’ zegt Bruins.

Lees meer:
Hoe maakbaar is de mens? DNA-onderzoek, embryoselectie en plastische chirurgie raken meer en meer geaccepteerd, maar zijn nog steeds onderwerp van discussie. En nu ook de nanotechnologie het op termijn mogelijk maakt te knutselen met levensvormen, wordt de reikwijdte  van die discussie alleen maar groter. Want hoe ga je om met die nieuwe technologie, hoe ver mag je gaan en wie bepaalt waar die grens ligt?

Vorige week verschenen twee boeken waarin ethische vragen worden gesteld over de nieuwe technologische golf. In de bundel De maakbare mens geven wetenschappers van De Jonge Akademie en het Centre for Society and Genomics antwoord op deze vragen, vanuit verschillende invalshoeken. Aan het woord komen wetenschappers op het gebied van onder meer de biologie, materiaalkunde, genetica, filosofie, recht en literatuur.

Bij het Rathenau Instituut verscheen eveneens een bundel: Leven als bouwpakket. Hierin worden de grenzen van de nieuwe technologie verkend. Centrale vraag daar: hoe kunnen we nieuwe technologische mogelijkheden beoordelen als de betekenis van fundamenteel onderscheid tussen natuurlijk en kunstmatig, ziek en gezond en zelfs leven en dood, verschuift?

 

4. Wat wil het kabinet met nanotechnologie?
STW-directeur Bruins is positief over de stappen die het kabinet de afgelopen jaren genomen heeft en ook in Europees verband gebeurt er veel. ‘Het aantal wetenschappelijke publicaties en de impact daarvan is sinds 2004, toen de overheid ervoor koos te investeren in Nanoned [Nederlands technologienetwerk, RvdD] enorm gestegen,’ zegt Bruins.  Het ministerie van Economische Zaken  ziet ‘grote economische potenties,’ blijkens het Actieplan Nanotechnologie. Maar als het gaat om vormgeven van nieuw beleid, gaat minister Van der Hoeven het komende jaar ‘op haar handen zitten’, zoals ze het zelf zegt. Ze wil eerst de meningen in de samenleving over nanotechnologie polsen en doet dat dus met de CMDN. Die commissie heeft daar tot 1 januari 2011 de tijd voor, zegt commissievoorzitter Peter Nijkamp. ‘De verwachting is dat nanotechnologie overal zou kunnen penetreren, het is een zeer kennisinnovatieve sector. Maar Nederland heeft ook een voorlopersprobleem: er is een aantal specifieke nanoproducten die misschien ongewenste effecten opleveren.’

5. Welke ongewenste effecten zijn er?
Er is veel bekend over de positieve uitwerking van nanotechnologie, maar over de risico’s en gevaren ervan is daarentegen heel weinig bekend. Het kabinet wil dan ook 15 procent van het geld dat in nano-onderzoek wordt gestopt, besteden aan onderzoek naar de risico’s en gevaren, zo maakte EZ vorig jaar bekend. Er leven zorgen over de effecten van nanodeeltjes op de gezondheid en het milieu. Marga Jacobs, voorzitter van de vereniging Leefmilieu, wijst bijvoorbeeld op de geurvrije sokken: nanodeeltjes doden daar de bacteriën die zorgen voor stinkvoeten. Maar deze deeltjes komen via de wasmachine uiteindelijk terecht bij de rioolzuiveringsinstallatie, waar rioolwater wordt geschoond door – inderdaad – bacteriën. ‘We moeten niet te overmoedig worden met nanotechnologie en van de samenleving een avontuur maken,’ vindt ze. ‘We weten niks. We weten niet eens waar we moeten zoeken naar de gevolgen van nanodeeltjes. Pas als je die basis weet, kan je vooruit.’ Het mes snijdt aan twee kanten: enerzijds worden met verder onderzoek de risico’s zelf in kaart gebracht, anderzijds kan daar dan weer gericht beleid en regelgeving op worden toegepast. De Stichting Proefdiervrij heeft al laten weten te vrezen voor extra dierproeven nu er een breed palet aan nieuw te testen materiaal ontstaat.

6. Is er nu dan helemaal geen beleid en regelgeving?
Veel nano-activiteiten vallen onder de chemiesector en daar zijn in Europees verband strenge regels voor gesteld. De Europese REACH-verordening (Registratie, Evaluatie en Autorisatie van Chemische stoffen), die op 1 juni 2007 in werking trad, stelt al strenge regels aan het gebruik van dergelijke stoffen. En het Europarlement zette onlangs de eerste stappen voor een etiketteringsrichtlijn, die verplicht dat fabrikanten op hun product vermelden of er nanoproducten in zijn verwerkt en welke dat dan zijn. Het zijn voorzichtige eerste stappen, want over de vraag hoe om te gaan met specifieke regelgeving, bestaat wel degelijk discussie. Het is een nieuw terrein, zegt Gerard van Harten, voorzitter van de raad van bestuur van Dow Benelux in Terneuzen en voorzitter van de werkgroep nanotechnologie binnen werkgeversorganisatie VNO-NCW. ‘Er spelen vragen als hoe ga je om met werknemers die in aanraking komen met nanotechnologie?’  Het kabinet waakt ervoor dat met strenge regels nieuwe nanotechnologieën bij voorbaat de das om worden gedaan. Van Harten juicht dat toe: ‘Let zeker op de risico’s, maar blijf kijken naar de kansen.’

7. Gaat de brede maatschappelijke discussie alleen maar over regelgeving?
Er spelen meer fundamentele vraagstukken, op bijvoorbeeld het gebied van ethiek, privacy en lichamelijke integriteit. Nanotechnologie maakt het bijvoorbeeld mogelijk om met de lab-on-a-chip in een paar seconden het bloed te testen van iemand die daar niet om gevraagd heeft. De vraag is in hoeverre je mag ingrijpen in het leven. Het zijn dit soort vragen waarmee de CMDN het komende jaar de boer op gaat, zegt voorzitter Nijkamp. Maar meer probeert de commissie meningen en visies in beeld te krijgen, door de samenleving te informeren over nanotechnologie. Dat laatste doet ze met alle mogelijke middelen. ‘Alles kan,’ zegt Nijkamp.  ‘Denk aan voorlichting, cahiers, bijeenkomsten met huisvrouwen, Postbus 51-spotjes.’

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
This question is for testing whether you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Neem de karakters uit de bovenstaande afbeelding over.