Logistieke sector kan niet innoveren zonder staatssteun
Bedrijven en kennisinstellingen uit de logistiek stelden het innovatieprogramma Logistiek en supply chains op met als doel Nederland in 2020 uit te doen groeien tot Europees marktleider in deze sector. Het programma richt zich op de ontwikkeling van een cross chain control center, een regiecentrum van waaruit meerdere goederenketens gezamenlijk worden gecoördineerd en geregisseerd. Daarnaast vormen service, logistiek en de regierol van knooppunten en mainports een hoofdthema.
In Breda moet een topinstituut verrijzen waar academici samen met professionals onderzoek verrichten naar innovatie in ketenregie en configuratie. In totaal vergt het programma een investering van 67 miljoen euro, op te brengen door het bedrijfsleven, kennisinstellingen en de overheid. De ministers Van der Hoeven van EZ en Eurlings van VenW stelden al 25 miljoen euro beschikbaar. Daarnaast trok de overheid 3,5 miljoen euro uit voor een imagocampagne .
Uit het onderzoeksrapport De logistieke kracht van Nederland 2009 blijkt dat Nederland op de wereldranglijst van handelslanden op de zevende plaats staat. Twee jaar geleden was dat nog de achtste plaats. Aan de hand van twee stellingen vroeg PM enkele logistieke experts naar hun opvatting over de noodzaak van overheidssteun en de rol die de overheid moet spelen in de logistieke sector.
Stelling 1. Overheidssteun is niet nodig in een sector die internationaal niet aan concurrentiekracht inboet.
Lorike Hagdorn, hoogleraar transport, distributie en logistiek aan de Vrije Universiteit, beschouwt overheidssteun als een preventieve noodzaak. ‘Nederland staat weliswaar hoog op de wereldranglijst van handelslanden, maar we krijgen momenteel harde klappen te verduren. In mijn optiek boet de logistieke sector wel aan concurrentiekracht in. De handelsstromen nemen af en in die zin is overheidssteun terecht. Zo zit de sector op het vinkentouw zodra de economie weer aantrekt.’
Mark Dierikx, DG Luchtvaart en Maritieme Zaken op het ministerie van VenW, is het hiermee eens. ‘De logistiek is een sector waarbinnen we traditioneel sterk zijn, maar andere landen hebben niet stilgezeten. Diverse analyses indiceren dat we terrein verliezen aan Oost-Europa, bijvoorbeeld wat betreft transport over de weg. Onze koppositie wordt bedreigd en dan moet je veranderen. Ik behoor tot de school die denkt: als vernieuwen noodzakelijk is, moet de overheid een rol spelen. Innoveren gaat immers gepaard met het maken van non-productieve kosten. Men kan niet direct profiteren van de gedane uitgaven en daarom moet de overheid een helpende hand bieden.’
Concurrentiekracht
Peter van der Meij, voorzitter van de stichting Nederland is Logistiek: ‘Het is inderdaad belangrijk dat de positie van de sector wordt gewaarborgd. De logistiek is goed voor 7,5 procent van het bruto nationaal product. Nederland boet momenteel weliswaar niet in aan concurrentiekracht, maar kan haar vooraanstaande positie ten opzichte van het buitenland wel verliezen. Zonder de overheidssteun zou er substantiële verschraling optreden van de toegevoegde waarde van diensten binnen de supply chains. De steun is essentieel om aantrekkelijk te blijven en de loonconcurrentiële verhoudingen te optimaliseren.’
Mieke Damen, voormalig vicepresident Operations bij Mexx Europe: ‘We moeten er inderdaad voor zorgen dat onze relatief sterke positie in de toekomst wordt behouden. Het programma richt zich op ketenoverschrijdende innovatie, het integreren van afzonderlijke ketens, en dat vergt nu eenmaal investeringen. Subsidies zijn een belangrijke prikkel voor bedrijven.’
Stelling 2. Het overheidsprogramma Logistiek & supply chains geeft de logistieke sector de instrumenten om te innoveren. Het bedrijfsleven moet hier invulling aan geven en de rol van de overheid is uitgespeeld.
Lorike Hagdorn: ‘De rol van de overheid is mijns inziens nog niet uitgespeeld. Het innovatieprogramma richt zich op de ketenregie in Nederland, maar dan moet het wel aantrekkelijker worden voor buitenlandse bedrijven om zich hier te vestigen. Onder de brede noemer van servicegerichtheid valt het een en ander te verbeteren, zoals de bereidheid om Engels te spreken, maar denk ook aan schonere toiletten langs de snelwegen. Daarnaast is er een hoop wet- en regelgeving. Overheid en bedrijfsleven werken nauw samen om dit alles te stroomlijnen en waar mogelijk de druk die hier vanuit gaat te reduceren. Dit moet gecontinueerd worden.’
Mark Dierikx: ‘Het bedrijfsleven zal zelf efficiency in de keten moeten bewerkstelligen. De overheid speelt daarbij op voorhand geen rol, maar het categorisch uitsluiten van een overheidsrol gaat mij te ver. Het kan immers best zijn dat men barrières tegenkomt in de regelgeving en infrastructuur.’ Volgens Damen gaat het niet alleen om bestaande regelgeving: ‘De overheid moet de sector ook stimuleren door zich te verzetten tegen nieuw (Europees) beleid dat haaks staat op de belangen van de logistiek. Zo kan het implementeren van nieuwe douanewetgeving de innovatie in de ketens tot stilstand brengen. De overheid heeft daarom een permanente rol in de keten op het gebied van indirecte belastingen en regelgeving.’
Peter van der Meij beaamt dit: ‘Het bedrijfsleven is momenteel aan zet en moet met ideeën komen, innoveren en startups mogelijk maken, maar de overheid kan nog wel een faciliterende rol spelen. Er is niets mis met het herkennen en ondersteunen van vitale delen van de economie.’ Hagdorn: ‘Faciliteren betekent ook bekendheid geven aan Nederland als “regieland. Men moet dit selling point blijven profileren in het buitenland. Transitostromen van Aziatische productiegoederen bestemd voor Oost-Europa zullen in de toekomst steeds vaker via de Zwarte Zee verlopen.’
Van der Meij: ‘Het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) spreekt van een werkgelegenheidsverschuiving oostwaarts van 300 kilometer per jaar.’ Hagdorn: ‘De transitostromen gaan dan fysiek via andere havens, maar ze kunnen nog altijd virtueel via Nederland verlopen qua informatiestromen, delen van douaneafhandeling en financial services. Er ontstaat voor Nederland een nieuwe markt. Daarnaast zijn er kansen om in deze buitenlandse havens te investeren. Als Nederlandse bedrijven zich daar vestigen en Nederlandse ICT-systemen worden gebruikt, dan verdienen wij daar ook aan. Daarvoor is wel ondersteuning nodig van de overheid, bijvoorbeeld door middel van handelsmissies.’
De belangrijkste taak van het bedrijfsleven is volgens Van der Meij het bewerkstelligen van een cultuuromslag. ‘De gedachte van het afschermen van eigen ideeën is inherent aan het bedrijfsleven, maar we gaan proberen om op de nieuwe campus in Breda een stimulerende omgeving voor samenwerking en innovatie te creëren. De ontmoetingsfunctie van het kennisinstituut moet leiden tot geënthousiasmeerd samenwerken. Het samenwerkingsmodel van public warehousing heeft al in de jaren negentig laten zien dat concurrerende bedrijven gebroederlijk naast elkaar kunnen werken met een efficiëntieslag op het gebied van tijd, ruimte, versluizing en bundeling als gevolg.’
Damen: ‘Bedrijven zijn vanzelfsprekend voorzichtig met het delen van hun gegevens, maar als je iets wilt veranderen, moet je mensen over de streep trekken.’ Dierikx: ‘Dit betreft datamanagement: het managen van informatiegegevens om goederenstromen slimmer te kunnen bundelen. Als zich obstructies voordoen, moet er wellicht in de toekomst een onafhankelijke intermediaire speler in het leven geroepen worden om de controle te behouden.’
Gerelateerde artikelen
- Singapore dwong rekeningrijden af
- ‘We hebben te lang in een ivoren toren geleefd’
- Jorrit de Jong: Schade van rechts
- Kunnen overheidswebsites goedkoper met Pleio?
- Verhagen bezoekt Wageningen Universiteit
- Jorrit de Jong: Ombudskaaiman
- Beste zakelijke dienstverleners
- Ynnovate: Commitment van de bottom
- Innovatie is essentieel
Van onze partners
Gratis elke week het belangrijkste nieuws van PM Public Mission in uw mailbox? Schrijf u dan hier in voor onze e-mailnieuwsbrief.










Nieuwe reactie inzenden