Debattechnieken voor de beroepspraktijk, Nederlands Debat Instituut

Ethos, pathos en logos. De basiselementen van de klassieke retorica komen tijdens de masterclass debattechnieken uitgebreid aan bod. Het debatteren beperkt zich echter niet tot Tweede Kamer en raadzaal, ook op de werkvloer kunt u er uw voordeel mee behalen. ‘Hoe speel je in op het sentiment?’
‘Altijd samenvatten zoals De Telegraaf doet in chocoladeletters op de voorpagina: kort en krachtig.’ Zo luidt slechts een van de tips die Dirk van Dorsselaer, trainer bij het Nederlands Debat Instituut, de deelnemers meegeeft. ‘Maar,’ zo verzekert de bestuurskundige, ‘jullie krijgen van mij geen reeks trucks om gelijk te krijgen. Het debat is een instrument om de communicatie tussen mensen te verbeteren. Het is een middel en geen doel op zich.’
Aan de hand van Griekse termen gaat Van Dorsselaer in op de klassieke retorica van het debat. Ethos heeft betrekking op de geloofwaardigheid en persoonlijke uitstraling van de spreker, legt hij uit. ‘De manier waarop de boodschap wordt gebracht, is vaak belangrijker dan de boodschap zelf. Gemiddeld 80 procent van wat blijft hangen van een presentatie is gebaseerd op non-verbaal gedrag.’ Oogcontact, houding en gebaren spelen een onmiskenbare rol. Daarnaast is het stemgebruik van belang, aldus de trainer. ‘Vergelijk het schelle en opgewonden stemgeluid van Fran – ‘the nanny’ – Drescher maar eens met de aangename toon en cadans van spreken van Barack Obama. Een wereld van verschil.’
Cijfer: 7,5
Organisatie: Nederlands Debat Instituut
Locatie: Twee dagen in Hotel Park Plaza, Utrecht
Relevantie: Interactief met veel persoonlijke feedback en gericht op de praktijk
Lunch: Prima buffet met ruime keuze
Deelnemers: Een gevarieerd gezelschap: van directeur tot marketeer en politicus tot beleidsambtenaar. De groep bestaat uit minimaal vier en maximaal acht deelnemers
Prijs: € 1.300,- (inclusief syllabus)
Sprekers: Trainer Dirk van Dorsselaer van het Nederlands Debat Instituut
Dit is, weinig verrassend, niet de enige keer dat de Amerikaanse president ter sprake komt. De fenomenale speech die Obama in Iowa op 3 januari 2008 uitsprak, ter ere van zijn eerste overwinning in de Democratische voorverkiezingen, vormt uitstekend oefenmateriaal voor de deelnemers. Aan de hand van een YouTube-filmpje wordt zijn optreden praktisch woord voor woord geanalyseerd. Dit betekent echter niet dat zijn optreden een-op-een moet worden overgenomen. Van Dorsselaer: ‘Barack noemt Michelle “the rock of the Obama family. Het is maar zeer de vraag of dit even effectief is als Balkenende hetzelfde zou zeggen over zijn Bianca. Let dus op waar de grenzen liggen van variatie en stijlbeheersing. Je wilt niet ongeloofwaardig worden.’
Stijlfiguren
Om te overtuigen is ook een dosis pathos noodzakelijk. ‘Hoe speel je in op het sentiment?’, vraagt de trainer zich hardop af. Met enthousiasme zet hij een twaalftal stijlfiguren uiteen. Niet alleen beeldspraak, citaten en spreekwoorden maken een speech levendig, ook met een paradox, (anti)climax, tegenstelling of retorische vraag kan het publiek worden bespeeld. Een drieslag als ‘bloed, zweet en tranen’ doet het altijd goed. ‘Of wat te denken van de kracht van herhaling? Niet voor niets herhaalde Martin Luther King zijn zin “I have a dream maar liefst acht keer in zijn speech.’
Alliteratie werkt eveneens effectief, denk aan de regel ‘de zoute zee slaakt een diepe zilte zucht’, afkomstig uit de hit van Bløf. Daarnaast is het chiasme – ‘de repetitio met omkering’ – het proberen waard. De John F. Kennedy-klassieker ‘Don’t ask what your country can do for you, ask what you can do for your country’ is helaas niet bij iedereen even succesvol. Toen premier Balkenende de zin naar het Nederlands vertaalde bij de presentatie van het CDA-verkiezingsprogramma was de impact een stuk minder groot. ‘Dat magische was er bij hem wel een beetje af. Let dus wel op dat je een stijlfiguur altijd in de juiste context gebruikt,’ waarschuwt Van Dorsselaer.
Maar met een boeiende presentatie en inspelen op het gevoel bent u er nog niet. De kracht van de redenering, met andere woorden de logos, is de derde voorwaarde voor een succesvol betoog. Het is volgens Van Dorsselaer zaak het debat vanuit de argumentatieleer met standaard-geschilpunten te benaderen.‘Zorg dat je het eens bent over het probleem. Ga op zoek naar de oorzaken, voordat je begint te praten over oplossingen. En als je dan een plan hebt, kijk gezamenlijk naar de mogelijke consequenties.’ Een goed betoog bevat een duidelijke kop, romp en staart, vervolgt Van Dorsselaer. ‘Je verhaal afsluiten met een simpel “dat was het is dodelijk.’
‘U draait en u bent niet eerlijk.’ De ‘gespindoctorde’ uitspraak waarmee premier Balkenende PvdA-leider Bos tijdens de verkiezingsstrijd in 2006 confronteerde, staat bij velen nog in het geheugen gegrift. De CDA’er koos in het debat zonder zichtbare aarzeling voor de persoonlijke aanval. De oneliner ‘Met Bos bent u de klos’ is van hetzelfde kaliber. Bedrieglijke drogredenen komen in het debat maar al te vaak voor, stelt Van Dorsselaer. ‘Men gebruikt een oneigenlijke redenering. Het lijkt waar, maar dat is het niet.’
Naast persoonlijke intimidatie, zijn het ontduiken van de bewijslast en het overslaan van stappen in de argumentatie bekende middelen om de tegenstander te overbluffen. ‘Als we softdrugs legaliseren, zitten morgen alle baby’s aan de cocaïne.’ In deze typische slippery slope-redenering, oftewel een glijdende schaal van kwaad tot erger, worden heel wat stappen overgeslagen.
Trainer Van Dorsselaer besteedt gelukkig ook aandacht aan de verschillende wijzen waarop deze aanvallen kunnen worden gepareerd. ‘Je hebt de keuze om de drogreden te negeren of te benoemen. Als je kiest voor het laatste, maak dan de afweging of je de manier van met elkaar omgaan wil bediscussiëren of terug wil sturen naar de inhoud. Persoonlijke intimidatie heeft vaak het beoogde effect dat de aangevallen persoon zich stilhoudt. Als iemand bijvoorbeeld stelt “dat is typisch iets voor een vrouw, antwoord dan met “dat is helemaal waar, maar heb je ook inhoudelijke tegenargumenten?.’
Vervolgens is het de kunst om de verschillende inzichten uit de klassieke retorica te integreren. ‘De afstemming op je tegenstanders en het publiek is net zo belangrijk. Bedenk welke middelen op welk moment moeten worden ingezet om het gewenste resultaat te bereiken,’ aldus Van Dorsselaer. De opgedane kennis wordt direct in praktijk gebracht aan de hand van een casus over de plaatsing van een daklozen- en verslaafdenopvang in de fictieve gemeente Zonnedaal. ‘Het schieten met drogredenen is makkelijk, ze pareren is een stuk lastiger,’ erkent een deelnemer die in de hoedanigheid van burgemeester de boze buurtbewoners te woord moet staan. ‘Het is nog niet zo makkelijk om de emotie uit het debat te halen.’
Deze oefening is kenmerkend voor de gehele masterclass. Voortdurend wordt theorie gekoppeld aan oefening, hetgeen de stof behapbaar maakt en waardoor veel interactie ontstaat. Door de kleine groep is er ruimte voor persoonlijke feedback. Van de deelnemers wordt ook verwacht dat ze elkaar beoordelen. Zo wordt met behulp van cameraopnames ieders optreden geëvalueerd. Dit kan wat confronterend zijn, maar is nog niets vergeleken met een tv-debat op prime time.
Van onze partners
Gratis elke week het belangrijkste nieuws van PM Public Mission in uw mailbox? Schrijf u dan hier in voor onze e-mailnieuwsbrief.










Nieuwe reactie inzenden