Anne-Marie Rakhorst over het postfossiele tijdperk

'De boodschap van consuminderen inspireert niet'

Door: Chris van de Wetering | 11.06.2010
Foto: Marcel Krijger (Lens! Fotografie)

De Nederlandse overheid moet beter naar Duitsland en andere landen kijken bij het stimuleren van duurzaamheid, aldus ondernemer Anne-Marie Rakhorst, de Nederlandse kwartiermaker van de Cradle to Cradle-filosofie. Volgens haar worden ondernemers op dit terrein nu nog veel te vaak tegengewerkt met nodeloos ingewikkelde regelingen. ‘De politieke partijen zien de economische kansen van duurzaamheid niet.’

Opgegroeid in een ondernemersgezin waar economie en ecologie als vanzelf samen gingen, kreeg Anne-Marie Rakhorst de drie ‘p’s’ van het duurzaam ondernemen als vanzelf ingegoten. Met haar vader, die een automatiseringsbedrijf had, trok ze er vaak op uit om uilen te spotten of kikkervisjes te vangen in de boerensloten van het Brabantse Bernheze. ‘Wij zijn van de verbinding, van de meervoudige winst zou je nu misschien zeggen,’ lacht ze.

Inmiddels heeft Rakhorst  ‘people, planet en profit’  zodanig weten te verbinden dat ze een succesvol internationaal ingenieurs- en adviesbureau op het gebied van onder andere duurzame ontwikkeling runt. Daarnaast steekt ze veel energie in het uitdragen van haar praktisch idealisme in duurzaamheid. PM sprak met haar over de ontwikkelingen in duurzaamheid, de rol van de overheid hierin en de kansen die het ‘postfossiele tijdperk’ biedt om de de huidige crisis af te schudden.

Veel mensen denken bij duurzaamheid aan investeringen waar we nu even geen geld voor hebben. U benadrukt in uw boeken de winst van duurzaamheid. Zien sceptici iets over het hoofd?
‘Op een heleboel terreinen is winst te boeken met duurzaamheid. Je moet de kansen alleen wel zien. Het probleem is dat we zo vast zitten in het denken dat duurzaamheid vooral geld kost. Kansen worden onvoldoende benut. Kijk naar de duurzame bank ASN die het veel beter doet dan moederbank SNS. En ook mijn eigen bedrijf is een goed voorbeeld van hoe je met duurzaamheid geld kunt verdienen en kunt groeien. Als je kijkt naar de duurzaamheidsindex van bijvoorbeeld Dow Jones, dan zie je dat bedrijven die heel zorgvuldig bezig zijn op het gebied van duurzaamheid ook een goede bedrijfsvoering hebben. Lastig is dat we als we naar Kopenhagen gaan, in het reductiedenken schieten, terwijl een boodschap om te consuminderen bewezen niet inspireert. Die benadering maakt mensen milieumoe. Je moet juist op zoek gaat naar wat kansrijk is, naar wat leuk en innovatief en creatief kan zijn, naar hoe mensen kunnen bijdragen en wat inspireert. Mensen worden namelijk niet moe iets bij te dragen, zodat onze kinderen daar straks wat aan hebben.

PM publiceert een drieluik over duurzaamheid. Deel 3: Economische kansen.

Anne-Marie Rakhorst (1967) werd geboren in Heeswijk-Dinther, waar inmiddels ook het hoofdkantoor van haar bedrijf Search zit. Ze studeerde bedrijfskunde aan de European University in Antwerpen en begon in 1994 de onderneming Search Laboratorium BV, dat zich vooral toelegde op het saneren van asbest. Search groeide uit tot een internationaal opererend ingenieurs- en adviesbureau (met ruim 190 medewerkers). Rakhorst werd in 2000 uitgeroepen tot Zakenvrouw van het jaar. In 2007 publiceerde ze het boek Duurzaam ontwikkelen … een wereldkans en een jaar later verscheen De winst van duurzaam bouwen. Anne-Marie Rakhorst heeft zitting in Urgenda, de Amsterdamse Klimaatraad en in de raad van advies van de Club van Rome.

‘Veel bedrijven zeggen ons: we willen wat met duurzaamheid doen, maar weten niet goed hoe. Aan maatschappelijk verantwoord ondernemen wordt veel gedaan, maar belangrijk is juist de core business te verduurzamen, benadruk ik dan. Duurzaamheid moet niet alleen gaan over secundaire processen zoals de inkoop of over de manier waarop je met mensen omgaat. Je moet ook je dienstverlening en je producten verduurzamen zoals bijvoorbeeld de banken die klimaatkaarten verbinden aan hun producten. Als je duurzaamheid aan je core business weet te koppelen, is de groei niet te stoppen. Dat vergt wél een omslag in denken. Je moet duurzaamheid niet meer zien als een kostenpost, maar als een kans. We moeten ook niet langer achteraf de rotzooi opruimen, we moeten voorkomen dat milieuschade ontstaat. Om te beginnen met het verduurzamen van de bestaande bebouwde omgeving. Denk aan ziekenhuizen, scholen en andere openbare gebouwen, waar een substantieel deel van ons grondstoffenverbruik maar ook van ons energieverbruik zit en waar door de mobiliteit om de gebouwen heen ook nog eens voor veel broeikasgassen wordt gezorgd. Dat probleem los je niet op met dubbelzijdig kopiëren. Als we de 6 miljoen bestaande panden grootschalig zouden aanpakken zouden we per saldo veel meer bereiken dan met het elektrisch maken van ons wagenpark. Dat betekent wel dat we bijvoorbeeld moeten ophouden met het verkitten en verlijmen van materialen, zodat we de schone grondstoffen er nooit meer uit kunnen halen en ook moeten we ophouden met chemische coatings op biologisch hout te smeren.’

Is duurzaamheid de weg om uit de crisis te komen?
‘Ik denk dat als Nederland het voortouw neemt in het verduurzamen van onze planeet, we sneller dan andere landen het nu heersende crisisgevoel kunnen afschudden en onze toekomstige concurrentiepositie kunnen versterken. We hebben eigenlijk alles al in huis om stappen te maken. Nederland heeft een hoog opleidingsniveau, we beschikken over innovatievermogen en kapitaal,  we zouden van duurzaamheid een exportproduct kunnen maken. Nederland wordt nu vaak te hulp geroepen bij end of pipe solutions, zoals de Nederlandse baggeraars die in Louisiana gingen helpen om de olie voor de kust op te ruimen. We moeten ook gaan inzetten op solutions aan het begin van de keten. Ik denk dat onze kansen voor groei en vooruitgang zitten in de transitie naar duurzaam. In de consultancy op het gebied van duurzaamheid en bouwadvies voor het herbestemmen en verduurzamen van panden bijvoorbeeld. Via Economische Zaken zijn wij in contact gebracht met Greenfox, een speler in het verduurzamen van verlichting. Ze zetten nieuw licht in bestaande armaturen waarmee 80  procent energiereductie gerealiseerd wordt. Dat levert een meervoudige winst op.

Ik ben druk bezig met een boek over Nederland na het fossiele tijdperk, waarin ik beschrijf hoe we in 25 jaar van olie, gas  en kolen kunnen afstappen en afkicken. Ik zie grote kansen voor Nederland in de led-verlichting, de bioplastics, de pv-cellen, de zonnecollectoren. Bedrijven als DSM, Philips en Tendris van Ruud Koornstra zijn hier al volop mee bezig. Nederland zou op deze terreinen echt positie moeten innemen. Dat zorgt ook voor een enorme werkgelegenheidsgarantie. Dat wordt veel te weinig gezien.

‘Er is natuurlijk ook geen sprake van één crisis, de kredietcrisis. We hebben ook een grondstoffencrisis en een economische crisis door de prijsopdrijvende werking die de schaarse grondstoffen en fossiele brandstoffen hebben. En naast die energiecrisis, waarover ik nauwelijks iets lees in de verkiezingsprogramma’s, is er natuurlijk ook de klimaatcrisis en wat denk je van de milieuschade die de olietanker Erica enkele jaren geleden aanrichtte aan de Bretonse kust? Zie een crisis als een wake-up call, als een kans. Analyseer, evalueer en bedenk hoe je het vervolgens beter kunt doen.’

Wat let ons eigenlijk?
‘We hadden een positie op het gebied van wind- en zonne-energie, maar door onvoldoende eenduidig beleid en eenduidige keuzes en onvoldoende investeren, hebben Scandinavische landen en Duitsland ons inmiddels ingehaald. Maar het is nog niet verloren. Zie het als een waarschuwingstik. Als we nu volop investeren en participeren in duurzame innovatie kunnen we nog zorgen dat de bedrijvigheid hier ook op gang komt. Kijk naar een bedrijf als Solland Solar, dat het nu wel moeilijk heeft nu het Econcern heeft verloren. Het zou niet slecht zijn de gang van zaken rond Econcern te evalueren. Er zijn ook veel bedrijven die als aanvullende activiteit in duurzaamheid zijn gestapt en daar nu meer geld mee verdienen dan voorheen. Het zou goed zijn op regionaal niveau in kaart te brengen welke bedrijven het goed doen en wat de best practices zijn. Zo kom je tot voortschrijdend inzicht en dat hebben we hard nodig. We kunnen wel heel veel klagen over de eerste generatie biobrandstoffen, maar zonder deze hadden we nu geen derde generatie biobrandstoffen en komt er geen vierde.’

Het ontbreekt aan inzicht?
‘Wat wij merken is dat mensen vaak wel willen, maar dat er een gebrek is aan kennis over praktische toepassingen. Hoe zorg je ervoor dat er minder grondstoffen opgaan in de bouw? Uiteindelijk zouden we natuurlijk toe moeten naar een oneindige cyclus van grondstoffen die steeds opnieuw hergebruikt worden in ander toepassingen. En hoe ga je tegen dat de grote bulk van energie opgaat in de bebouwde omgeving? Het ontbreekt vaak aan deskundigheid in deze zaken.’

‘Ook op overheidsniveau is er vaak een gebrek aan kennis. Wij hebben nu de SDE-regeling [een subsidieregeling voor zonnepanelen, CvdW], maar we moeten natuurlijk de feed-in wet van Duitsland krijgen, die een beproefd succes is gebleken. We hoeven eigenlijk alleen onze regeling te benchmarken met het beleid in de landen om ons heen, maar dat gebeurt onvoldoende. We zouden de kennis die is opgedaan in de landen om ons heen veel beter moeten gebruiken. Opmerkelijk vind ik dat de hoge experts hier van ook niet de randvoorwaarden van het feed-in systeem kunnen benoemen. Het Duitse voorbeeld laat zien je dat de feed-in wet per burger maar 35 euro per jaar kost, maar dat daarmee groene energie wel prioriteit heeft gekregen op het net. Burgers en bedrijven die hun restwarmte terugleveren krijgen 3,5 keer zo veel vergoed als in Nederland. En iedereen mag meedoen. Bij ons valt in de SDE-regeling iedereen af – uitgeloot of te laat met aanvragen – waarmee we mensen die mee willen doen frustreren en ontmoedigen.’

Welke rol zou de overheid moeten hebben?
‘We weten allemaal dat we naar biobased grondstoffen en oneindig hernieuwbare energiebronnen toe moeten. De vraag is natuurlijk wanneer je een goede businesscase hebt. De overheid moet randvoorwaarden stellen voor ondernemers. Het is heel goed dat de overheid duurzaam gaat inkopen. Daarmee is al snel een besteding van 40 miljard gemoeid, waardoor duurzame ondernemers gestimuleerd worden. De overheid zou ook het goede voorbeeld moeten geven door te kiezen voor duurzaamheid bij de gebouwen die ze neerzet en in de bedrijfsvoering. De overheid kan daarnaast belemmeringen uit de weg ruimen die nu vaak een probleem zijn. Nu moet je om subsidie te krijgen voor bijvoorbeeld duurzaam bouwen van heel goeden huize komen om het geld ook te krijgen. De taal waarin de regelingen zijn opgesteld is zo ingewikkeld dat je een driedubbele opleiding subsidiologie nodig hebt om het te begrijpen. Ook het gebrek aan eenduidigheid in hantering van de verschillende certificeringssystemen levert vaak een probleem op, bijvoorbeeld rond de groencertificering van hout. Als ondernemer heb je een enorme communicatiekracht nodig om te krijgen waar de regelingen voor bedoeld zijn. Je voelt je gewoon tegengewerkt. Het kan nooit de bedoeling zijn dat bedrijven hier al hun creatieve energie in stoppen. Natuurlijk moet dit allemaal wel zorgvuldig gebeuren, maar je moet niet de hoofdlijnen verliezen door de details. Daarnaast moet er veel meer in kennis worden geïnvesteerd. In Duitsland zijn 660 plaatsen aan de universiteit toegevoegd om te onderzoeken welke duurzame producten en diensten van toegevoegde waarde kunnen zijn. Ook zou kennis, beleid en praktijk veel meer bij elkaar gebracht moeten worden. De overheid zou mensen aan elkaar kunnen koppelen, de koplopers aanwijzen en ondersteunen, zodat ondernemers hun activiteiten kunnen opschalen en verder kunnen brengen dan de branche of de regio.’

We zijn te afwachtend?
‘De ambities kunnen flink omhoog en er moet interdepartementaal veel meer kennis gedeeld worden. Plasterk zei onlangs toen hem in De Wereld Draait Door gevraagd werd, wat hij aan het doen was, dat hij zijn kennis aan het updaten was. Ik heb hem meteen een pakket boeken opgestuurd. De Eerste en Tweede Kamer, het bestuur, of het nu op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau is, de corporaties en het bedrijfsleven, allemaal moeten ze hun kennis actualiseren op het gebied van duurzaamheid. Als je geen kennis van zaken hebt, zie je de kansen niet en heb je ook geen ambities. Dat zie je terug in de verkiezingsprogramma’s. Toen ik laatst bij Pauw & Witteman zat beweerde Hero Brinkman doodleuk dat hij niet in het CO2-probleem gelooft. Zoiets heb ik in het bedrijfsleven nog nooit gehoord.  Zo’n opmerking getuigt wel van een heel ernstig gebrek aan kennis. Je ziet het ook in de verkiezingsprogramma’s. De politieke partijen lijken de economische kansen van duurzaamheid niet te willen zien. Ook de VVD onvoldoende. Uit een onderzoek van VNO-NCW bleek onlangs dat heel veel bedrijven wel duurzame ambities hebben en ook hun investeringen zouden willen doorzetten. Politieke partijen zijn ouderwets, te conservatief en niet aangesloten op waar bedrijven mee bezig zijn. Ik zou ook graag wat meer lef zien. De politiek moet durven kiezen, durven investeren in een beleid dat  een langere termijn bestrijkt. ’

Frankrijk heeft een minister van Duurzaamheid. Zou er bij ons ook  een ministerie voor Duurzame Ontwikkeling moeten komen?
‘Ja, daar kan ik me iets bij voorstellen. Voormalig minister Jacqueline Cramer heeft haar schouders er echt onder gezet. Zij was inhoudelijk goed op de hoogte, maar in het politieke systeem bleek het te moeilijk om op duurzaamheidsterrein echte stappen te maken. Ik vind de kritiek op haar functioneren te hard. Zelf heb ik meegemaakt dat zij na een vlammend betoog zeer laatdunkend werd weggezet door een man in het publiek. Dat ontlokte Michael Braungart, de Duitse chemicus en co-auteur van het boek Cradle to Cradle die ook aanwezig was, toen de opmerking dat je meer respect moet hebben voor je politieke leiders, als je wilt dat het land goed bestuurd wordt. Ik ben het daar volkomen mee eens. Zo omgaan met je leiders is niet zo duurzaam. Bij duurzaamheid zijn minstens zes ministeries betrokken: LNV, Vrom, EZ, Financiën, VenW en OCW. Coördinatie is zeer gewenst. Per onderwerp is geregeld welk departement coördineert, maar dat leidt tot fragmentatie. De coördinatie kan veel structureler zodat er echt een transitie wordt ingezet.’

Reacties

Welke partij moet ik nou morgen stemmen als ik voor consuminderen ga?

Tineke van Dijk op 1 maart, 2011 - 17:43

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
This question is for testing whether you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Neem de karakters uit de bovenstaande afbeelding over.