Column

Martijn van der Steen: Professor Yu

08.10.2010 | Editie: PM13

Martijn van der Steen is bestuurskundige en decaan van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur.

Fourty years!’ Professor Yu sprak vanaf de plecht van een schommelend speedbootje tot zijn assistent en tolk Rong Fei.

En via hem tot mij. Het was de eerste keer dat hij Engels sprak. Ik voer met een watertaxi door de Rotterdamse haven, met een hoogleraar van een prestigieuze universiteit uit Beijing. Bij de aanblik van de indrukwekkende installaties van de Rotterdamse haven schatte hij de achterstand van de Chinezen op ‘ons’. 40 jaar. Dat leek mij comfortabel. Totdat ik mij realiseerde dat professor Yu iets anders bedoelde: hij schatte niet de achterstand, maar de tijd totdat China ons zou hebben ingehaald. We liggen geen veertig jaar voor, maar worden binnen veertig jaar ingehaald. Dat voelt anders.

Dat was drie jaar geleden, maar ik moet vaak aan professor Yu terug denken. Hij kwam bij ons op bezoek en keek veertig jaar vooruit. Ondertussen kijken wij amper verder dan het hier en nu. Hoe gaan we onze welvaart in de toekomst verdienen? Alle andere kwesties zijn daaraan ondergeschikt. Niet omdat ze onbelangrijk zijn, maar omdat je ze alleen tegemoet kun treden als je als land welvarend bent. Het ‘groeidenken’ filosofisch relativeren is leuk, maar zonder economische groei gaat de lol er snel van af. En gelukkig is er veel economische groei te vinden. De groei droogt niet op, maar verplaatst zich naar nieuwe en andere sectoren. Slim en goed doordacht beleid kan daar veel aan bijdragen. De toekomst is niet aan de markt, maar aan intelligent samenspel tussen overheid, samenleving en markt. Hoe kan dat spel toekomstgericht gespeeld worden?

De eerste stap is een toekomstgericht politiek perspectief. Het begint bij oprechte prioriteit. Dat kan vervolgens ‘stollen’ in procedures die maken dat het in de waan van de dag niet verloren gaat. Een ‘toekomsttoets’ voor nieuw beleid is een eerste stap; wat draagt beleid bij aan toekomstige verdiencapaciteit? 

Een structurele ‘toekomstscan’ is een flankerend tweede voorstel; welke vraagstukken, technologieën komen op ons af, wat kunnen we daarmee doen, welke rol ligt er voor de overheid? Welke sectoren legitimeren investeringen? Dus geen internetbelasting voor het in stand houden van kranten, maar investeren in Web 2.0. Geen compenserende bossen planten, maar investeren in technologie om hier en overal ter wereld rommel op te ruimen.

Dat vereist, als derde maatregel, een gelijk speelveld voor innovatie, dus een relativering van de in poldermodellen oververtegenwoordigde gevestigde belangen. Topinstituten en georganiseerd overleg zijn prima, maar innovatie ontstaat óók in startende ondernemingen van slimme studenten, in de schuurtjes van hobbyisten en op de slecht verlichte gangen van faculteiten. Bundeling van kracht is goed, maar concurrentie van ideeën is beter. Als ‘open’ de toekomst heeft, dan kan gesloten overleg nooit het middel zijn.

Professor Yu heeft vast gelijk met zijn inschatting. Mijn troost is dat hij de vindingrijkheid die deze dagen zo verborgen blijft, niet heeft gezien. Die moet nog maar even een verrassing blijven.

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
This question is for testing whether you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Neem de karakters uit de bovenstaande afbeelding over.