Thierry Baudet: De open grenzen van de EU
Thierry Baudet is jurist en historicus. Hij werkt momenteel aan een proefschrift over nationale soevereiniteit.
Het probleem van de EU is dat zij gebaseerd is op twee elkaar uitsluitende uitgangspunten. Aan de ene kant is de EU een federale staat: open binnengrenzen en een gemeenschappelijke munt. Aan de andere kant is de EU een samenwerkingsverband tussen soevereine staten met ieder hun eigen buitengrenzen en hun eigen economisch beleid. Je hoeft geen glazen bol te hebben om te zien dat deze maffe structuur voortdurend op catastrofes zal uitlopen. Een half af schip kan niet varen.
Neem de open grenzen. Dat die niet zijn te verenigen met een nationaal immigratiebeleid werd andermaal duidelijk na het verzoek van de Verenigde Staten aan Europese landen om een aantal ex-gedetineerden uit Guantanamo Bay op te nemen. De Spaanse overheid besloot daarop in te gaan, Nederland bedankte voor de eer. Maar vanwege de open grenzen betekent toelating van deze mensen door Spanje dat zij zich gewoon in Nederland kunnen vestigen. Spaans immigratiebeleid heeft dus de facto Europese consequenties. ‘No taxation without representation’ was het principe dat de Amerikaanse staten deed besluiten zich onafhankelijk te verklaren van het Engelse juk. ‘No immigration without representation’ lijkt mij een nog fundamenteler uitgangspunt van democratisch bestuur. Je wil toch zeggenschap over je eigen grenzen?
Dat betekent dat er principieel twee mogelijkheden open staan: óf we gaan naar één Europees immigratiebeleid toe, óf we herzien de open binnengrenzen. Dat laatste lijkt op het eerste gezicht geen aantrekkelijk perspectief. Maar wat is er voor nodig om een Europees immigratiebeleid goed te laten functioneren?
Allereerst natuurlijk effectieve handhaving. De grenzen van Bulgarije en Griekenland en in mindere mate ook die van Italië en Spanje zijn op dit moment nog zo lek als een mandje. Hoe realistisch is het te verwachten dat dit binnen enkele jaren stevig kan verbeteren? Ik geef het weinig kans, maar te proberen valt het.
Daarnaast speelt een tweede, veel dieper probleem. Dat is de onmogelijkheid van een democratisch mandaat op Europees niveau, aangezien er geen Europees volk bestaat. Democratische besluitvorming verkrijgt alleen legitimiteit als ook de minderheid zich onderdeel voelt van het grotere geheel. Is het realistisch te verwachten dat de verschillende Europese naties een door Europese verkiezingen tot stand gekomen beleid zouden accepteren? Ook wanneer dat tegen de nationale voorkeuren ingaat? Met andere woorden, is het realistisch te verwachten dat Nederlanders, Fransen, Polen zich meer met het Europese dan met het nationale belang zullen identificeren? Absoluut niet.
Hoe aantrekkelijk de gedachte van een Europees immigratiebeleid misschien ook is, de afwezigheid van een collectief Europees identiteitsgevoel maakt het onmogelijk dat collectief beleid als legitiem zal worden ervaren door de Europese bevolkingen. En als een Europees immigratiebeleid niet realistisch is, moeten we dan niet toch de open grenzen gaan heroverwegen? Eigenlijk wel natuurlijk.
Gerelateerde artikelen
- ' De publieke zaak heeft geen gezicht meer'
- Wel de verantwoordelijkheid, niet het budget en de vrijheid
- Europa decentraal
- Jorrit de Jong: Ambtenarenwissel?
- ‘Het draait allemaal om geld’
- ROND DE VERKIEZINGEN ZIJN DE KROEGEN DICHT
- Verkeerd beeld migratie leidt tot verkeerd beleid
- Europa steeds meer 'top secret'
- Martijn van der Steen: De toekomst
- Welke beleidsvoornemens gaan wel/niet door?
Trefwoorden
Van onze partners
Gratis elke week het belangrijkste nieuws van PM Public Mission in uw mailbox? Schrijf u dan hier in voor onze e-mailnieuwsbrief.










Nieuwe reactie inzenden