Europa

Thierry Baudet: Soevereine gedachte

Door: Thierry Baudet | 05.11.2010 | Editie: PM14

Thierry Baudet is jurist en historicus. Hij werkt momenteel aan een proefschrift over nationale soevereiniteit.

Vorige maand gaf ik op deze plek aan wat in mijn ogen het centrale probleem van de EU is: haar hybride natuur.

Half federatie, half intergouvernementeel samenwerkingsverband. Ik noemde als voorbeeld het immigratiebeleid. Want terwijl de lidstaten nog altijd nationaal bepalen wie er een paspoort krijgt, mogen die nieuwe Europese burgers zich vervolgens vrij vestigen in alle lidstaten. Wat heeft een nationale discussie over immigratiewetgeving nog voor zin, als de zevenhonderdduizend Noord-Afrikaanse illegalen die Spanje onlangs een generaal pardon verleende, alsnog gewoon hier naartoe kunnen komen?

Wat de EU voortdurend opbreekt is dat beslissingen die staten op nationaal niveau mogen nemen evengoed ingrijpende gevolgen hebben voor de andere lidstaten. Zonder dat die lidstaten daar enige zeggenschap over hebben. Dat zien we ook met betrekking tot de gedeelde monetaire politiek. Een gedeelde munt betekent dat het fiscaal wanbeleid van het ene land via een verzwakte munt doorwerkt in andere landen. Je zit met elkaar in hetzelfde schuitje: als Griekenland failliet gaat, moet Duitsland dokken.

Zoals open grenzen vragen om gedeelde immigratiewetgeving, vraagt een gedeelde munt dus om gedeeld fiscaal beleid. Een Europese minister van Financiën, die de begrotingen van de lidstaten mag goedkeuren of herstructureren. Die bepaalt of landen obligaties mogen uitgeven, hun pensioenstelsel en sociale zekerheden mogen handhaven, en wel of geen dure oorlogen mogen voeren. In feite vraagt een gedeelde munt dus gewoon om een federale staat.

Dat is dan ook wat degenen die voorstander van de EU zijn, in feite zouden moeten bepleiten. Een ‘United States of Europe’. Hupsakee, doorpakken met die hap. Consequent is het in elk geval wel. Maar om legitiem te zijn, moet centrale machtsuitoefening niet alleen functioneel en efficiënt zijn, maar ook gronden in een collectieve identiteit. Ook al bestaat er inmiddels zoiets als een ‘Europees Parlement’ (geen idee trouwens wie daar zitting in hebben): door een parlement te creëren, creëer je niet opeens een volk. En hoe zou dat ook ooit kunnen bestaan, een ‘Europees volk’? Met bijna vijfhonderd miljoen mensen die niet eens dezelfde taal spreken? Die zulke verschillende culturele, religieuze, sociale en economische tradities hebben; zulke verschillende opvattingen over politiek, integriteit, corruptie, gezag. De democratieën van de 27 lidstaten van de EU zijn op zichzelf al zulke historische verworvenheden; het is zo’n prestatie dat beslissingen op het nationale niveau (meestal) als legitiem worden gezien – dat de gedachte mij maar niet loslaat dat we met de EU begonnen zijn aan een project dat de huid van de natiestaat verkoopt terwijl de beer van de federale identiteit nooit zal worden geschoten.

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
This question is for testing whether you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Neem de karakters uit de bovenstaande afbeelding over.