Recensie: Veel gekwetter, weinig wol
Davied van Berlo is initiatiefnemer Ambtenaar 2.0 en auteur van de boeken Ambtenaar 2.0 en Ambtenaar 2.0 beta.
Op verzoek van PM reageerden auteurs Chris Aalberts en Maurits Kreijveld op deze recensie.
We zullen waarschijnlijk nooit weten of de Arabische revoluties hadden plaatsgevonden als ontevreden burgers niet de beschikking hadden gehad over sociale media om met elkaar in contact te komen en zich te organiseren. Maar deze middelen bestaan en ze worden gebruikt. Communiceren en organiseren zijn basale eigenschappen voor mensen en door de eeuwen heen zijn er steeds nieuwe technieken ontstaan om dat gemakkelijker te maken. Techniek verandert de wereld. De vraag is hoe.
Onderzoek en boek
Om die veranderingen in beeld te krijgen zijn verschillende methoden te verzinnen. Zo kun je voorbeelden benoemen (zoals ik hierboven heb gedaan) en van anderen leren, zoals de Haïtianen en de Egyptenaren. Een andere manier is om grote hoeveelheden voorbeelden en cijfermateriaal te verzamelen en te pogen daaruit algemene conclusies te trekken. Dat was het doel van Chris Aalberts en Maurits Kreijveld in hun doorwrochte boek Veel gekwetter, weinig wol. De inzet van sociale media door overheid, politiek en burgers.
De Nederlandse politiek is minder bewogen dan die in Kenia en Tunesië, maar ook hier maken burgers, politici en overheden gebruik van sociale media voor politieke doeleinden. De auteurs benoemen vier gebieden waar sociale media voor een verandering in het politieke leven zou kunnen zorgen:
1. Burgers kunnen zich gemakkelijker informeren over politiek;
2. Burgers kunnen gemakkelijker politici benaderen en elkaar beter bereiken;
3. Burgers zijn gemakkelijker te mobiliseren voor politieke acties;
4. Bestuurders kunnen een beter beeld krijgen van wat burgers willen.
Daarbij worden drie perspectieven onderzocht, die terugkomen in de drie hoofdstukken die de kern van het boek vormen. Deze hoofdstukken zijn:
1. Overheid 2.0: experimenteren zonder beleid
2. Politiek 2.0: een kakofonie van meningen
3. Burger 2.0: initiatieven zonder impact
De hoofdstukken bieden veel cijfermateriaal en inventarisatie, maar ook een groot aantal interviews en beschrijvingen. Daarnaast hebben de auteurs een poging gedaan om tot een categorisering te komen. Zo zijn burgerproducenten ingedeeld aan de hand van de rollen die ze op internet vervullen: moderator, burgerjournalist en activist. Als beeld van hoe sociale media nu politiek worden ingezet is het boek redelijk geslaagd. Het is een foto van het nu 2.0, waarbij de auteurs uiteindelijk concluderen dat nog maar weinig van de mogelijkheden goed worden benut.
Overheid, politiek en burgers op internet
Om de overheid 2.0 in beeld te brengen is gekeken naar overheidswebsites. Deze hebben een 'informatief karakter en interactie tussen burger en overheid speelt een ondergeschikte of ondersteunende rol'. Daarnaast is onderzocht of overheden actief zijn op Twitter, Hyves en YouTube en zijn drie interactievormen onderzocht. Initiatieven buiten deze drie sites en vormen zijn helaas buiten het onderzoek gebleven (bijvoorbeeld webcare). Ook is niet gekeken naar activiteiten die door ambtenaren of onder een andere naam zijn ontplooid.
Voor het hoofdstuk over politiek 2.0 is gekeken naar het gebruik van Twitter, Hyves en YouTube door de lijsttrekkers op nationaal niveau, voor Europa en in Rotterdam. Het gebruik van besloten netwerken, bijvoorbeeld tussen politici en hun netwerk of partijleden en activiteiten op andere platformen (bijvoorbeeld boeruh.nl of lokaal) is niet onderzocht. Politici blijken nog vooral gericht op zenden, niet op interactie: 'Een visie of strategie om bepaalde bevolkingsgroepen te bereiken en mobiliseren lijkt vooralsnog te ontbreken.'
Voor de burger zijn twee hoofdstukken gereserveerd: Burger 2.0 en Burger 1.5. In het beeld van de auteurs is de burger 2.0 de politieke activist die het initiatief neemt tot bijvoorbeeld een groep op Hyves, terwijl de burger 1.5 een gebruiker is van sociale media die alleen reageert en niet zelf initiatieven neemt. De auteurs gaan uit van een ideaalbeeld van de burger 2.0 (en de overheid 2.0 en de politicus 2.0), om vervolgens te constateren dat aan het door hen gecreëerde ideaalbeeld niet wordt voldaan.
Burger 1.5 is dan ook een overbodig hoofdstuk geworden zonder nieuwe inzichten. Noch uit het cijfermateriaal, noch uit de enorme aantallen interviews met internetgebruikers worden conclusies getrokken. Het hoofdstuk beschrijft namelijk hoe mensen zijn. Het komt tot de ontdekking dat mensen die in hun dagelijks leven (politiek) inactief zijn, dat wellicht ook op internet zijn. Ik zeg wellicht, want deze vergelijking was geen onderdeel van het onderzoek. Die vraag blijft in de lucht hangen: 'Wat is er nu veranderd in de Nederlandse politiek door sociale media?'
Wat is veranderd door 2.0?
Amnesty International schrijft sinds jaar en dag brieven aan onderdrukkende regimes om aandacht te vragen voor het lot van politieke gevangen. Die brieven worden niet geschreven door medewerkers van Amnesty, maar door burgers. Het was micromobilisatie 1.0, ofwel een taakverdeling tussen professionals en amateurs. Dit systeem is door internet verbreed en versneld. NGO's zetten micromobilisatie 2.0 in om hun campagnes te ondersteunen en de taakverdeling tussen eigen medewerkers en betrokken burgers te verfijnen.
Helaas komt micromobilisatie nauwelijks aan bod in het boek. Dat is jammer. Het zou interessant zijn geweest om te kijken hoe micromobilisatie is veranderd door de opkomst van sociale media: Doen meer mensen mee? Of andere mensen? En doen zij dan aan meerdere acties mee of maar één? Heeft de snelheid gevolgen voor het effect? Komt dat alles door sociale media of door andere bewegingen in de samenleving? Een vergelijking tussen politieke activiteit in het pre-internettijdperk en in het nu zou misschien tot antwoorden op die vragen hebben kunnen leiden. Die vergelijking tussen toen en nu is echter niet gemaakt.
De auteurs constateren: 'De resultaten laten zien dat de kans klein is dat een individuele burger een succesvolle massale actie via sociale media initieert.' Tja, we kunnen nu eenmaal niet allemaal in DWDD zitten. Maar de cruciale vraag is een andere: 'Is die kans groter dan in de tijd dat we alleen massamedia tot onze beschikking hadden?' Als dat onderzocht was, hadden we ons pas een beeld kunnen vormen van de impact van sociale media op het openbare debat. Ook wordt de vraag gesteld: 'Heeft het proces [via sociale media] wel de beste ideeën opgeleverd die beschikbaar waren?' Zou de vraag niet eerder moeten zijn: 'Heeft het proces betere ideeën opgeleverd dan voorheen?'
De onderzoekers hebben gekeken naar de vele politieke activiteit die op internet wordt ontplooid en het succes van al die initiatieven vergeleken op een aantal grote internetsites. Daarbij hebben ze echter niet teruggekeken. Een vergelijking met de politieke activiteit in het pre-internettijdperk zou leerzamer zijn geweest. Ik kreeg de indruk bij het lezen dat we met z'n allen in een lift staan en na verloop van tijd onderzoeken of we langer zijn geworden, niet of we omhoog zijn gegaan.
Valkuilen
Aalberts en Kreijveld hebben veel werk verzet. Tientallen mensen zijn geïnterviewd (deels 'live', deels via internet) en ze hebben bij een groot aantal accounts op Hyves, Twitter en YouTube geturfd hoeveel leden en hoeveel reacties er waren. Ondanks de inzet valt het resultaat me tegen. We krijgen een impressie van het nu, maar voor een evaluatie van hoe ver we gekomen zijn is ook een nulmeting nodig van waar we vandaan komen. Daarnaast stappen de auteurs in een aantal valkuilen van 2.0-onderzoek:
1. De indeling in categorieën en de (wellicht noodzakelijke) beperking in de breedte van het onderzoek leidt tot blinde vlekken. De enige externe internetsites die kwantitatief zijn onderzocht, zijn Hyves, Twitter en YouTube. Die drie sites vormen geen doorsnee van het hele internet en geven geen volledig beeld van de online politieke activiteit in Nederland. Methodisch een misser, wat mij betreft;
2. Een tweede methodische fout is de verwachting van de auteurs dat elk online initiatief moet slagen. Er wordt voortdurend geredeneerd vanuit ideaalbeelden waartegen de schrale werkelijkheid wordt afgezet. Op petities.nl (een ander platform dat niet onderzocht is) zijn duizenden petities gestart, maar slechts enkelen zijn aangeslagen. Dat is geen foutje in het systeem (een bug), maar een deel van het systeem (een feature). De kracht is dat veel mensen kunnen proberen en dat is beter dan dat ze niet kunnen proberen;
3. Een derde blinde vlek in het onderzoek is dat teveel nadruk wordt gelegd op massaliteit. Een groep op Hyves (of Buurtlink.nl) met een paar honderd leden kan in een gemeente of een buurt veel impact hebben en een relevante rol vervullen in de lokale politiek. Een samenwerking van een klein aantal gelijkgezinden om online een manifest te schrijven kan een belangrijke schakel zijn in een politiek proces. Al deze initiatieven staan echter niet op de radar van de onderzoekers omdat alleen is gekeken naar omvang en niet naar gevolg.
Veel gekwetter, weinig wol
Het zou echter te simpel zijn om te eindigen door het boek te kenschetsen met zijn eigen titel. Dat komt met name door het laatste hoofdstuk, 'Een blik vooruit'. Daarin zetten Aalberts en Kreyveld een aantal 2.0-adviezen op een rij voor overheden, politici en burgers, bijvoorbeeld om sociale media juist in te zetten voor kleinere, gespecialiseerde doelgroepen. Dit hoofdstuk heeft aanzienlijk meer nuance en er komen meer varianten om sociale media te benutten aan bod.
Daarnaast trekt het laatste hoofdstuk enkele conclusies over de staat van het politieke gebruik van sociale media in Nederland. De uitkomst is duidelijk: het potentieel wordt nog nauwelijks benut. De oorzaak is dat overheden en politici nog te weinig visie en strategie hebben ontwikkeld om burgers via internet te betrekken. Aan de andere kant kijken burgers teveel naar overheid en politiek om dingen voor hen te organiseren. Het ideaalbeeld is nog verre toekomst, zo besluiten zij. En daar kan ik het alleen maar mee eens zijn.
Zoek direct
- Parlementair onderzoek ICT
- Verantwoordingsdag
- Bestuurskracht
- Duurzaamheid
- Europa
- Financiën & economie
- Innovatie
- Politiek
-
(Re)organisatie overheid
- Ambtenaar in oorlogstijd
- Carrière
- Compacte overheid
- Den Haag en de Val van de Muur
- Diversiteit
- Een lerende overheid
- Externe inhuur
- Haagse dynastiëen
- Het nieuwe werken
- Integriteit
- Het verhaal achter...
- Interactief proefschrift
- Leiderschap
- Medezeggenschap
- Over de vloer
- Politiek-ambtelijke verhoudingen
- PM Top 100
- Rechtspositie en ontslag
- Salaris en arbeidsvoorwaarden
- Social Media
- Toekomst openbaar bestuur
- Topinkomens
- Verantwoordingsdag
- Vernieuwing Rijksdienst
- Voorlichting & communicatie
- Wie zit waar
- Toezicht
- Columns

Gerelateerde artikelen
- 'Het land wordt geregeerd door persberichten'
- Welkom in Nederland
- 'Het Witte Huis krijgt enorm veel rotzooi binnen'
- Gemeenten geven burger de ruimte
- 'Voorkomen zorginfarct vraagt om andere mindset'
- Overheid achter met Het Nieuwe Werken
- Jorrit de Jong: Leren van wat anderen laten
- Drie jaar Ambtenaar 2.0
- De kracht van spel
- Qiy wint innovatieprijs
Van onze partners
Gratis elke week het belangrijkste nieuws van PM Public Mission in uw mailbox? Schrijf u dan hier in voor onze e-mailnieuwsbrief.









Nieuwe reactie inzenden