What's happening?
Jorrit de Jong: Laten gebeuren
04.11.2011 | Editie: PM10
Hoe bevorder je innovatie bij de overheid? In de afgelopen drie decennia hebben nationale en lokale overheden getracht om zichzelf en elkaar te veranderen. Dit gebeurde niet alleen met wisselend succes, maar ook met wisselende doelen en wisselende methoden. Grofweg zijn er drie benaderingen van innovatie in de publieke sector te onderscheiden.
Jorrit de Jong is als docent en onderzoeker verbonden aan Harvard University’s Kennedy school of government. Hij richt zich op innovatie in en van de publieke sector. In deze serie bespreekt hij voorbeelden en ideeën uit binnen- en buitenland die relevant zijn voor het openbaar bestuur.
Stimuleer de overheid tot het overnemen van best practices van anderen. Om juist de groep die niet vanzelf harder gaat lopen in beweging te krijgen ontstond op veel plekken een benadering waarbij replicatie gestimuleerd werd. Het idee daarbij is dat niet elke overheidsorganisatie zichzelf hoeft te herontwerpen; het is al mooi als ze in ieder geval implementeren wat elders succesvol is gebleken. Ik heb voor het programma van de Verenigde Naties gewerkt dat zich hiermee bezig hield. Zij kwamen er na jaren achter dat van alle ‘best practices’ die men had gevonden, beloond en verspreid, er nauwelijks iets was overgenomen door andere organisaties.
Kennelijk is het niet aantrekkelijk of eenvoudig genoeg om van anderen te leren.
Stimuleer de samenleving tot het overnemen van taken van de overheid. De meest recente trend op het gebied van innovatie in de publieke sector is het denken in termen van Big Society. Hoewel dit concept in Engeland alweer versleten is, vindt het in Nederland nog gretig aftrek. De kern van het idee is dat de overheid zich niet moet bezighouden met zaken die de samenleving zelf ook, en misschien beter, kan oppakken. Denk daarbij aan bijzonder onderwijs, thuiszorg, of het schoonhouden van de buurt. Men zou denken dat deze vorm van innovatie een stuk makkelijker is dan de twee voorgaande benaderingen. Immers, de overheid legt verantwoordelijkheden terug bij de samenleving en hoeft niet zichzelf aan te pakken. Toch is deze variant de allermoeilijkste.
Overheden hebben namelijk last van een omgekeerd bystander syndrome. Laten we dit het first responder syndrome noemen: de overheid neemt de verantwoordelijkheid voor ingrijpen op zich, ongeacht of zij de meest geschikte instantie daarvoor is. Er is een zekere analogie met het bystanders syndrome in de zin dat bij dat fenomeen omstanders allemaal verwachten dat iemand anders zal ingrijpen, en daarom niets doen. Bij het first responder-probleem draait het ook om wederzijdse verwachtingen: de overheid verwacht dat de samenleving verwacht dat diezelfde overheid het initiatief zal nemen. En omdat zij dat ook doet, sterkt zij de samenleving in die verwachting, zelfs als die er oorspronkelijk misschien niet was.
Het is voor de overheid het moeilijkst om dingen te laten gebeuren. Op de handen te zitten, de lippen op elkaar te houden, en zich te beperken tot een minimale interventie met maximaal effect. De vragende blik van de samenleving spiegelen met dezelfde opgetrokken wenkbrauwen: ‘En, wat gaat u daar zelf aan doen?’ Deze houding vraagt meer inspanning, discipline en visie van de overheid dan zelf maar weer het voortouw nemen met beter beleid en imponerende innovaties.
Gerelateerde artikelen
- Martijn van der Steen: Professor Yu
- De strijd om de Aanbestedingswet
- ‘Dit is niet het eind, nu begint het pas’
- Meer macht voor de medezeggenschap
- Martijn van der Steen: Mutuals
- Ontwikkel die creativiteit
- Martijn van der Steen: De toekomst
- Huub, huub! Barbatruc!
- Cascademethode biedt meer grip op bezuinigen
- 'BZK wordt steeds meer vakdepartement'
Trefwoorden
Van onze partners
Gratis nieuwsbrief
Gratis elke week het belangrijkste nieuws van PM Public Mission in uw mailbox? Schrijf u dan hier in voor onze e-mailnieuwsbrief.










Nieuwe reactie inzenden