Column

Martijn van der Steen: Niets doen

16.12.2011 | Editie: PM 11/12
Na een lezing over ‘sturen zonder geld’ sprak een wat schuchter persoon me aan. Hij had het verhaal gewaardeerd, maar één ding moest hem van het hart: hij vond mijn aanbeveling ‘sturen door op je handen te zitten’ nogal ongemakkelijk. ‘Heeft u het wel eens geprobeerd, op uw handen zitten?’, vroeg hij. Ik moest bekennen van niet.

Martijn van der Steen is bestuurskundige en decaan van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur.

Sindsdien houdt ‘niets doen’ mij bezig. Ik vraag me af hoe niets doen een volwaardig sturingsinstrument wordt. Dus niet als ledigheid of onverschilligheid, maar als middel om iets te bereiken. De straat niet meer vegen, in de hoop dat anderen het organiseren. En ze voortaan minder troep op straat gooien.

Voor een overheid zonder geld en met versnipperde macht heeft niets doen allerlei potentieel. Maar niets doen kent veel nuances. Ik doe een poging tot een staalkaart van het nietsdoen. Eerst is er het bekende stoppen, loslaten of overlaten. Iets wat je eerst deed niet meer doen. Dat kan op vele manieren. Uit de handen laten vallen en zacht laten landen zijn grofweg de uiteinden van het continuüm. Dan is er afwachten en op zijn beloop laten. Het onderkent dat het initiatief elders ligt en de overheid laat zich bewust verrassen. Dat kan alleen daar waar de overheid nu niets doet, dus in nieuwe zich ontwikkelende domeinen. Het betekent het uitstellen van oordelen over wat er gaande is, wat het oplevert en waar de risico’s liggen.

Ruimte geven impliceert dat de overheid actief blijft, maar dat anderen in de randen actief mogen zijn. Misschien eerst als extra, maar langzaam en meer als vervanging. Anders is het geen niets doen, maar gewoon een beetje laten meedoen. Dichtbij ligt het laten vieren van de teugels: inspectievakanties, regelvrije zones, handhavingspauze of gewoon gedogen. Zelf gas terug nemen maakt dat anderen accelereren. Voor de overheid geldt dan de opgave om niet direct het initiatief over te nemen.

Het bieden van geconditioneerde ruimte is een actieve vorm van niets doen. De overheid doet niets, maar ziet toe op wat er in de ontstane ruimte gebeurt. Partijen weten dat hun ruimte geconditioneerd is: zodra zij de condities overschrijden stapt de overheid in. Dat betekent dat de overheid capaciteit inzet om te weten wat er speelt. De overheid doet niets, maar blijft paraat. Uitstellen is weer net wat anders. Het is tijdelijk niets doen. De snelweg komt er voorlopig niet. Van uitstel gaat amper een prikkel uit voor anderen om in te stappen. Als ze nog even geduld hebben, komt de overheid over de brug. Het ene niets doen lokt dan het andere uit.

Bij elk niets doen hoort expliciet een afweging over de continuering van de informatiepositie. Als de overheid besluit om niet meer te handhaven op een evenementenvergunning, gaat ze dan nog wel kijken hoe het gaat? Of moet men in de krant lezen hoe het was? Hetzelfde geldt voor kaders vooraf. Intuïtief logisch, maar tegelijkertijd vaak garanties voor passiviteit van anderen. Ondernemende burgers en marktpartijen maken graag hun eigen kaders, ook omdat overheids-kaders vaak van het knellende soort zijn.

Niets doen is er dus in allerlei soorten en maten. Het lijkt makkelijk, maar vereist denkwerk, techniek en professionaliteit. Het wordt te vaak met moed geassocieerd. Dat  degradeert niets doen tot een blinde sprong in het diepe. Ten onrechte, want het is een instrument als alle andere. Niets doen vereist doordacht handelen, doorgaande reflectie en kan goed of slecht kan worden bedacht en uitgevoerd. Niets doen is geen leiderschap, maar vakmanschap en we mogen het veel vaker inzetten. Niets doen is hard werken, het tegendeel van op je handen zitten. Ik heb het zelf nog niet geprobeerd.

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
This question is for testing whether you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Neem de karakters uit de bovenstaande afbeelding over.