In je recht

Onjuist advies bedrijfsarts komt werkgever duur te staan

Door: Mr. dr. C.F. Sparrius | 03.02.2012 | Editie: PM 02

Mr. dr. C.F. (Kees) Sparrius is in 2001 gepromoveerd op de verantwoordelijkheidsverdeling voor de inkomensbescherming van zieke werknemers en is senior adviseur bij het CAOP. Het CAOP is het kennis- en dienstencentrum op het gebied van arbeidszaken in de publieke sector (www.caop.nl).

Een werkgever volgt in het re-integratieproces van een zieke medewerker het advies op van zijn bedrijfsarts om niet in te zetten op regulier werk. Toch verlengt het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) de loondoorbetalingsplicht met een jaar. De hoogste sociale zekerheidsrechter (Centrale Raad van Beroep) is het daarmee eens. Het advies van een bedrijfsarts doet niets af aan de verantwoordelijkheid van een werkgever om medewerkers zoveel mogelijk te re-integreren.

Een werkgever is wettelijk verplicht twee jaar lang minstens 70 procent van het loon van een zieke medewerker door te betalen. Het UWV kan dat met maximaal een jaar verlengen wanneer de werkgever zonder geldige reden zich onvoldoende heeft ingezet voor een re-integratie. Dit gebeurde bij een gemeente waar een juriste vanwege psychische klachten uitviel. Zij weet de bedrijfsarts ervan te overtuigen dat zij ongeschikt is voor regulier werk. De arts adviseert op zijn beurt de gemeente haar werk zonder loonwaarde te laten doen en de gemeente volgt dit advies op. Het UWV vindt echter dat zonder geldige reden onvoldoende is gewerkt aan re-integratie.

De rechtbank is het met de gemeente eens: een werkgever mag afgaan op het advies van zijn bedrijfsarts, tenzij er redenen zijn om te twijfelen aan de juistheid of de consistentie ervan. Het UWV gaat echter met succes tegen deze uitspraak in beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De raad is van mening dat een advies van een bedrijfsarts niets afdoet aan de verantwoordelijkheid van een werkgever om een zieke medewerker te re-integreren. De gemeente heeft die verantwoordelijkheid onvoldoende op zich genomen. Zo is nagelaten de verplichte evaluatie van de re-integratie aan het einde van het eerste ziektejaar uit te voeren. Op dat moment had de gemeente bijvoorbeeld moeten onderzoeken of re-integratie in regulier werk bij een andere werkgever mogelijk is.

De gemeente brengt daartegenin dat het UWV haar onvoldoende heeft begeleid. De Centrale Raad van Beroep wijst er echter op dat het UWV dat niet kon doen. Het UWV beoordeelt de mogelijkheden van re-integratie ‘pas’ bij de aanvraag van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, tenzij de werkgever of de medewerker eerder om een deskundigenoordeel vraagt. Dat heeft de gemeente in dit geval niet gedaan. Als dat wel gebeurd zou zijn en de gemeente had het advies van het UWV opgevolgd, dan was de verlenging van de loondoorbetalingsplicht mogelijk voorkomen. Een werkgever doet er verstandig aan het advies van een bedrijfsarts kritisch te benaderen en het ligt op de weg van de bedrijfsarts goed door te vragen naar de resterende arbeidsmogelijkheden van de medewerker. Een re-integratie slaagt alleen als alle betrokken partijen hun verantwoordelijkheid nemen.

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
This question is for testing whether you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Neem de karakters uit de bovenstaande afbeelding over.