Het drama van het politieke leiderschap

Een belangrijke bijdrage van politiek leiderschap is ervoor zorgen dat burgers en maatschappelijke groeperingen vertrouwen hebben en houden in de overheid en haar optreden (legitimatie).
Juist in situaties van grote onzekerheid, waarin niet duidelijk is welke richting de ‘juiste’ is, is dit van niet te onderschatten waarde. Daarbij gaat het niet zozeer om het bepalen van die richting of het vinden van een direct antwoord op alle voorkomende problemen, maar vooral ook om een symbolische waarde. Dat een politiek leider zich bekommert om een probleem geeft aan dat het probleem dus belangrijk is. Alleen al het feit dat er aandacht aan iets wordt gegeven op het hoogste niveau is voor betrokkenen vaak al heel betekenisvol. Zo was de rol van Obama in de Golf van Mexico – hoewel hij zelf natuurlijk niet direct een oplossing kon bedenken voor het dichten van het olielek – uitermate belangrijk voor het vertrouwen en de moraal van de inwoners van de kusten die bedreigd werden door de naderende olie. Via dezelfde lijn van redeneren kreeg Bush eerder veel kritiek omdat hij te laat en te weinig zichtbaar op de rampplek van Katrina in New Orleans verscheen.
In Nederland zijn we gelukkig verstoken gebleven van (natuur)rampen van deze omvang. Wel kregen we, net als de rest van de wereld, te maken met een bankencrisis die later overging in een financiële crisis en die vooralsnog verdergaat als een brede economische crisis. De heftigheid van de ontwikkelingen en de manier waarop bedrijven en burgers worden geraakt is vrijwel ongekend. De banken ‘vielen om’ en het vertrouwen van burgers in de financiële sector stond op het punt om te worden weggevaagd. Hoewel er vraagtekens kunnen worden gezet bij het eerder gehouden toezicht, is dit achteraf te typeren als een moment waarop toen politiek leiderschap is getoond. Het gaat vooral om de snelle acties van de minister van Financiën in het verlenen van kredieten aan banken die in acute problemen zaten, in combinatie met een serie steunmaatregelen (denk aan de deeltijd WW). Het beeld kwam naar voren dat de financiële sector er zelf niet meer uitkwam en een reddende hand van de overheid kreeg aangereikt. Naast een belangrijke symbolische werking richting samenleving leidde het ook tot het voorkomen van het verdiepen van de crisis en het voorkomen dat het vertrouwen van burgers zou wegvallen.
Intussen zijn we wat verder in de tijd en in de crisis. De eerste tekenen van (voorzichtig en wellicht nog niet stabiel) herstel in de private sector worden zichtbaar. Nu ook begint duidelijk te worden wat de betekenis is van de crisis voor de overheid zelf en haar functioneren. Ongekende bezuinigingen moeten worden doorgevoerd en vrijwel alle sectoren in de maatschappij krijgen hiermee te maken. Het paradoxale is dat juist in deze fase het politiek leiderschap op zijn zachtst gezegd nogal te wensen overlaat.
In juni hebben we de verkiezingen voor de Tweede Kamer gehad. In de campagne waren alle partijleiders het er unaniem over eens: er was eigenlijk maar een thema, namelijk het bestrijden van de economische crisis. Er moesten snel maatregelen genomen worden en daarvoor, zo betoogden ook alle politici van alle partijen, was het noodzakelijk om na de verkiezingen snel een kabinet te formeren dat hiermee aan de slag kon. Er mocht geen tijd worden verloren met navelstaren en politieke afstemmingsprocessen. De winnaar van de verkiezingen, VVD-leider Rutte, gaf in de media aan dat een nieuw kabinet voor 1 juli rond moest zijn en op de komende Prinsjesdag een begroting moest presenteren. Uitstel kon men zich, gezien de maatschappelijke situatie, ‘niet veroorloven’.
Toegegeven, de uitslag van de verkiezingen was een lastige, maar intussen is het september en zijn we feitelijk nog geen stap dichterbij de vorming van een kabinet gekomen dan op de dag van de verkiezingen zelf. Er zijn inmiddels verschillende opties verkend en geprobeerd, maar niets lijkt te werken. Tot voor kort leek een optie ‘over rechts’ het meest kansrijk. Echter door een interne machtsstrijd tussen Klink en Verhagen, de CDA-onderhandelaars en de houding van de PVV-voorman Wilders als reactie daarop, is ook dat op niets uitgelopen.
Ik vrees dat burgers dit zullen zien als een bevestiging van een gebrek aan politiek leiderschap. De kopmannen van het politieke peloton slagen er blijkbaar niet in om over de eigen schaduwen heen te stappen. Zelfs niet als de nood in de maatschappij zo hoog is en we geen tijd mogen verspillen. Het mislukken van de meest recente poging is extra wrang omdat dit bovendien ook nog te maken met het uitbreken van een interne machtsstrijd (strijd om het leiderschap) binnen een van de sleutelpartijen.
Het vertrouwen van burgers in de politiek en in het verlengde hiervan de overheid was al niet zo groot (volgens sommigen wordt dit weerspiegeld in de verkiezingsuitslag). Als het gelukt was om redelijk snel na de verkiezingen een kabinet te formeren dat haast gaat maken met concrete maatregelen die nodig zijn in het kader van het bestrijden van de crisis, dan had dit wellicht kunnen bijdragen aan een begin van het herstel van vertrouwen. Nu lopen we het gevaar dat bij vele burgers dit schouwspel zal leiden tot het verlies van mogelijk het laatste restje vertrouwen dat men nog had in de politiek. Het cynisme zal nog grotere vormen aannemen. Banen staan op de tocht of verdwijnen, iedereen wordt op een of andere manier geraakt door de crisis en ‘politiek Den Haag’ slaagt er desondanks niet in om een kabinet te formeren en maakt ruzie over ‘wie de baas is’ in een partij.
Dit verminderde vertrouwen van burgers in het politieke leiderschap trekt een zware wissel op een andere vorm van publiek leiderschap, en vooral op het ambtelijke leiderschap. De komende tijd moeten drastische en tevens ook soms zeer pijnlijke maatregelen in vrijwel alle overheidssectoren worden doorgevoerd. Dit raakt burgers en andere betrokkenen. Het is het ambtelijk apparaat dat de politieke afspraken uiteindelijk moet concretiseren en uitvoeren in de dagelijkse praktijk. Dat is op zich al lastig. Dat wordt echter nog lastiger in een context waarin het vertrouwen van burgers in ‘de’ politiek en ‘de’ overheid alsmaar verder onder druk staat en waarin de politieke leiders grote moeite hebben het met elkaar eens te worden over de te volgen koers op hoofdlijnen. Door gebrek aan politiek leiderschap komt de uitdaging nu dus te liggen bij het ambtelijk leiderschap.
Zoek direct
- PM Top 100
- Wie zit waar
- Bestuurskracht
- Duurzaamheid
- Europa
- Financiën & economie
- Innovatie
- Politiek
-
(Re)organisatie overheid
- Ambtenaar in oorlogstijd
- Carrière
- Compacte overheid
- Den Haag en de Val van de Muur
- Diversiteit
- Een lerende overheid
- Externe inhuur
- Haagse dynastiëen
- Het nieuwe werken
- Integriteit
- Interactief proefschrift
- Leiderschap
- Medezeggenschap
- Over de vloer
- Politiek-ambtelijke verhoudingen
- Rechtspositie en ontslag
- Salaris en arbeidsvoorwaarden
- Toekomst openbaar bestuur
- Topinkomens
- Vernieuwing Rijksdienst
- Voorlichting & communicatie
- Wie zit waar
- Toezicht

Gerelateerde artikelen
- Lunch Openbare Orde en Veiligheid
- Symposium 'Van elkaar leren besparen'
- Reuring Café: ICT-beleid en de relatie tussen de overheid en het bedrijfsleven
- Het Nieuwe Werken: Messias of het paard van Troje
- Infotainment maakt ambtenaar vogelvrij
- Lunchcollege sociale media
- Hoe effectief is de CIO in de publieke sector?
- Dubbeloratie Ien Dales Leerstoel
- Rutte versoepelt oekaze-Kok
- Afschaffen ambtenarenstatus financieel riskant
Gratis elke week het belangrijkste nieuws van PM Public Mission in uw mailbox? Schrijf u dan hier in voor onze e-mailnieuwsbrief.









Reacties
"Ondertussen is het september". Gelukkig dateert de auteur zijn momentopname. Het is intussen allang geen september (2010) meer maar mei (2011). Inmiddels is er allang een functionerend kabinet, is er wèl leiderschap en zijn er -pijnlijke - bezuinigingen. Juist deze moeilijke periode scheidt de groten van de kleintjes. Als het goed is wordt hiermee wèl de basis gelegd voor langdurig herstel. Maar er is nog veel werk te doen.
Nieuwe reactie inzenden