Davied van Berlo is zelf volledig '2.0': in het Leidse restaurant waar PM hem spreekt, pakt hij direct zijn laptop uit zijn tas. 'Wacht, ik pak de site er even bij,' zegt hij, om dan los te barsten: 'Ambtenaar 2.0 is een netwerk van mensen die zich afvragen wat web 2.0 betekent voor de overheid. De samenleving verandert, daar moet de overheid in mee. De verhouding tussen overheid en burger wordt anders.' Het is via web 2.0 en netwerksites als LinkedIn en Hyves 'heel makkelijk een belangengroep op te richten voor een onderwerp', vervolgt van Berlo, die het voorbeeld aanhaalt van de landelijke scholierenstakingen tegen de 1040-urennorm, vorig jaar. 'Dat begon met een msn-bericht van een scholier uit Terneuzen.'
Hoe kan de overheid daaraan meedoen?
'Ik wijs ambtenaren op het bestaan van web 2.0. Iedereen is op internet aangesloten en er is daar veel kennis die relevant kan zijn. Hoe filter je die kennis uit de samenleving? Hier in Leiden bijvoorbeeld is budget vrijgemaakt om nieuwe bomen te planten. Een raadslid heeft vervolgens een site opgezet waar mensen via Google Maps kunnen aangeven wat een goede plek is om een boom neer te zetten.'
Dat is een praktische, kleinschalige oplossing, maar u haalt in het boek ook aan dat burgers meer bij beleid betrokken kunnen worden. Dat is moeilijker te realiseren...
'Het moet niet altijd gaan om beleid. De overheid is meer dan dat. Maar voor beleid is het inderdaad moeilijker. Je moet het gesprek aangaan. Zo maken we op LNV gebruik van internetconsultaties, waarbij we mensen vragen te reageren op voorgenomen beleid. Het nadeel is dat dit erg van ons als overheid uitgaat.'
Eigenlijk zou het andersom moeten zijn?
'Het kan allebei. Bij burgers komen ook initiatieven tot stand. Daar moet je als overheid op inspelen. Het zijn allemaal mensen die meedenken. Je kunt gebruik maken van dergelijke communities om dat gesprek te voeren. Maar je moet als overheid doorhebben dat dit gebeurt en duidelijk maken dat je open staat voor verschillende meningen, maar ook dat de minister politiek verantwoordelijk is.'
Als gevolg van deze veranderingen moet de overheid intern ook veranderen, betoogt Van Berlo. Contact met anderen, ook buiten het eigen departement, gaat via het web veel directer, sneller en minder officieel. Leidinggevenden moeten zich daarvan bewust zijn, maar ambtenaren moeten er zelf ook mee aan de slag, stelt hij. 'Je moet als ambtenaar bepaalde competenties hebben. Nu worden mensen beoordeeld op kennis, maar er is veel meer kennis beschikbaar in de samenleving.'
Het wordt wel eens als een probleem gezien dat door web 2.0 de grens tussen werk en privé vervaagt...
'Met dat onderwerp zijn we wel bezig. Kijk je alleen tussen negen en vijf op Hyves naar online discussies over je beleidsterrein, of ook 's avonds? Ik zie veel mensen die thuis ook werken. Je moet wel je grenzen aangeven en je baas moet je niet onder druk zetten om buiten werktijd te werken.'
Het is voor een leidinggevende ook moeilijker te controleren of je bijvoorbeeld MSN gebruikt voor privé of voor het werk...
'Wat je nu zegt is dat MSN en Twitter fout zijn en e-mail en het koffieapparaat goed. Het gaat om het gesprek, niet om het middel. Je moet iemand afrekenen op wat hij oplevert. Hoe hij dat doet, is compleet aan hem of haar.'
Wordt er te ouderwets gedacht?
'Ja, nog wel. Het gaat erom dat je medewerkers voldoende middelen geeft om te werken. Ik streef als ambtenaar naar een bepaald doel. Wat heb ik nodig om dat te bereiken? Kijk naar mij: ik blog en twitter regelmatig. Mijn baas hoeft mij niet achter een bureau te zien om te weten wat ik doe. Ik heb een transparante manier van werken, daar gaat het om.'
Voeg commentaar toe