Op 6 november is hij exact tien jaar bisschop, eerst in Groningen-Leeuwarden en vanaf januari 2008 in Utrecht. In dat aartsbisdom voert monseigneur Wim Eijk de grootste reorganisatie uit de Nederlandse kerkelijke historie uit. Het snel afnemende aantal kerkgangers bracht het aartsbisdom de afgelopen jaren in financieel zwaar weer. Zonder ingrijpen koerste het bisdom af op een bankroet, dat volgens de meest negatieve cijfers dit jaar zou zijn bereikt. Eijk probeert het tij te keren door de Utrechtse curie met een derde in te krimpen. Vijf dekenaten – regionale bestuurslagen tussen bisdom en parochies en elk goed voor vijfenveertig personeelsleden – worden volledig opgeheven en ingeruild voor een kleinschaliger net van vicariaten. Evenals het kabinet met het programma Vernieuwing Rijksdienst probeert, moet de bisschoppelijke reorganisatie leiden tot een lichter gestructureerd, toegankelijker en bovenal goedkoper opererend aartsbisdom, zegt Eijk.
De aartsbisschop wordt in de media sinds zijn installatie vooral genoemd als keihard saneerder. Nog tijdens de viering waarin Eijk zijn zetel in bezit nam, als opvolger van kardinaal Simonis, kondigde hij de reorganisatie aan. Meteen zwol kritiek aan: een aartsbisschop is er in eerste instantie voor het geestelijk welzijn van zijn kerkleden en het zou meer gepast zijn op een ander moment over de centen te beginnen. Eijk had weinig keus, stelt hij. Er was haast geboden met het dichten van het financiële lek. ‘Op dat moment waren de media aanwezig, de camera’s stonden op ons gericht. Het zou wel heel merkwaardig overkomen als ik zonder enige vooraankondiging zou zijn begonnen met een drastisch reorganisatieplan.’
Over de scheiding tussen kerk en staat is Eijk duidelijk. ‘Beide organisaties horen niet op elkaars terrein te komen, het moeten organisatorisch en bestuurlijk duidelijk gescheiden identiteiten zijn,’ zegt hij in zijn bisschoppelijk paleis aan de Utrechtse Maliebaan. ‘Maar een totale scheiding tussen kerk en staat acht ik niet bevorderlijk. Kerk en staat zorgen beide voor welzijn. De kerk doet iets aan de vorming van personen, de inwoners van de staat, naar het beeld van Christus. Dat heeft grote voordelen voor de staat. Laten we eerlijk zijn: mensen die kerken, dat zijn de meest geïntegreerde staatsburgers die er zijn. Het hoogste opkomstpercentage bij de verkiezingen, het hoogste percentage vrijwilligers.’ Toch neemt het aantal gelovigen in rap tempo af: nog maar 8 procent van de 760 duizend katholieken in Eijks aartsbisdom gaat elke zondag naar de kerk. Het gevolg: de opbrengsten uit parochies namen af en het bisdom raakte in grote financiële problemen.
Wat trof u aan toen u in 2008 aantrad?
‘Op het moment dat ik de zetel in bezit nam wist ik dat we over anderhalf jaar technisch failliet zouden zijn als er niets zou gebeuren. Er was al 5 jaar een tekort van 1,7 miljoen euro op een begroting van 5 miljoen. Toen ik aantrad lag er al een bezuinigingsplan, maar dat was onvoldoende om een faillissement af te wenden, het ging volgens de kaasschaafmethode. Hier en daar snijden en geleidelijk een klein beetje eraf.’
Waar kwam dat tekort vandaan?
‘Het aartsbisdom had een overhead die dateerde uit de tijd dat we nog een brede volkskerk waren. De 5 dekenaten hadden in totaal 45 medewerkers en aan de curie, de kantoren van het bisdom, hadden we er 59. Dat was een fors aantal. Het aantal katholieken – mensen die gedoopt zijn en zijn ingeschreven ergens in een parochie, op dit moment nog zo’n 20 procent – is dalende, en we weten dat het door zal zetten. De inkomsten zijn daardoor minder geworden in de loop der jaren, terwijl het personeelsbestand op hetzelfde niveau gehouden is, groter dan we ons financieel konden veroorloven.’
Waar haalt een bisdom zijn geld eigenlijk vandaan?
‘Parochies doen afdrachten aan het bisdom. Bij ons wordt 9 procent van de inkomsten, bijvoorbeeld uit de Actie Kerkbalans en collectes, afgedragen. Daarnaast hebben sommige bisdommen ook beleggingen. De aandelenportefeuille van ons aartsbisdom is nagenoeg geliquideerd vlak na mijn aantreden. We hadden het geld nodig omdat we zonder liquiditeiten kwamen te zitten, er stond ons weinig anders te doen. Achteraf gezien was dat ook wel weer ons geluk, want het was net voordat de kredietcrisis uitbrak, dus daar hebben we niet al te erg onder geleden.’
Er is geen bijdrage vanuit Rome?
‘Het is omgekeerd, de bisdommen betalen vrijwillig een zogeheten Pieterspenning aan de Heilige Stoel. De Nederlandse Kerk – katholieken en bisdommen gezamenlijk – betaalt jaarlijks zo’n honderdduizend euro aan het Vaticaan, het aartsbisdom zelf draagt jaarlijks ruim vijftienduizend euro vrijwillig af. Elk bisdom moet in principe, zeker in het rijke Europa, in staat zijn zelf in zijn onderhoud te voorzien. Er zijn natuurlijk wel bisdommen, bijvoorbeeld in ontwikkelingslanden, die ondersteuning krijgen voor projecten.’
In totaal verdween bij het aartsbisdom 60 procent van de banen. Hoe ging het personeel daarmee om?
‘Bij elke reorganisatie moeten mensen afvloeien. Dat geeft onzekerheid en daar valt niet makkelijk mee te leven. Het personeel wist al dat er financiële problemen waren. We hebben voor het personeel van de dekenaten een hoorzitting gehouden om ze te informeren over de plannen en hun reacties te horen. Het was een hele serene bijeenkomst, met een geladen atmosfeer en ingehouden reacties. De mensen waren teleurgesteld. Het ging om mensen die hier jaren hadden gewerkt, die misschien wel het plan hadden om dit tot hun pensioen vol te houden. Maar het personeel had ook begrip voor de financiële problematiek waarmee we worstelden en ze begrepen dat dit moest. En het is gelukkig in de meeste gevallen gelukt de mensen van baan tot baan te begeleiden, dat brengt ook een zekere rust.’
Heeft u nog naar andere reorganisatieplannen gekeken, zoals de Vernieuwing Rijksdienst?
‘Het is altijd goed je licht op te steken en te kijken hoe anderen met reorganisaties omgegaan zijn. Maar er was eigenlijk niet zoveel tijd voor. Je kijkt natuurlijk het liefst naar vergelijkbare organisaties, maar in andere bisdommen in Nederland heeft een dergelijke drastische reorganisatie gewoon niet plaatsgevonden, dus ik kon me niet oriënteren.’
Wat zou de rijksoverheid, kunnen leren van de reorganisatie van het aartsbisdom?
‘Of een complexe organisatie als de rijksoverheid veel kan leren van een reorganisatie op bisdomniveau vind ik moeilijk te beoordelen. Het is wel belangrijk duidelijk te communiceren en het tempo erin te houden. Uiteraard moet geregeld met de ondernemingsraad worden overlegd, maar een reorganisatie moet niet te lang duren. Dat werkt verlammend.’
U kunt als bisschop veel zelf beslissen. Hoe ver kunt u gaan?
‘De Kerk kent in principe een eenhoofdige leiding. Als de dekenaten worden opgeheven, dan is dat volgens het kerkelijke recht uiteindelijk een beslissing van de bisschop. Maar in de praktijk laat een bisschop zich voorlichten door anderen. En voor bepaalde financiële transacties heb ik instemming nodig van de Raad voor Economische Aangelegenheden of van het kapittel. Als ik eigendommen vervreemd van het bisdom, met een waarde van boven de 2,5 miljoen euro, heb ik ook toestemming nodig van de Heilige Stoel. In het kerkelijk recht is een aantal zaken voorzien waarbij de bisschop mensen moet consulteren of toestemming moet hebben van bepaalde gremia. Ik kan niet zomaar vrijelijk mijn gang gaan.’
U bent wel eindverantwoordelijk. Wie tikt u op de vingers als het misgaat?
‘Als ik ter verantwoording word geroepen, dan is dat door de Heilige Stoel. Die kan een bisschop ontslaan of overplaatsen. Dat gebeurt niet vaak, maar het kan wel.’
In Duitsland kent men de Kirchensteuer, een verplichte kerkbelasting. Zo’n 70 procent van de inkomsten van de kerken is daar van afkomstig. Dat zou voor u een uitkomst zijn…
‘Het kan misschien financiële voordelen hebben, maar je bent dan als kerk ook weer verknoopt met de staat. Er zouden hele goede afspraken over gemaakt moeten worden, het gaat natuurlijk niet zomaar. De Nederlandse staat subsidieert geen levensbeschouwelijke instellingen. Religie lijkt helemaal verbannen te worden tot het privédomein. Kerkbelasting is geen gebruik en ik zie ook niet dat zoiets gauw zou kunnen worden gerealiseerd. Het voordeel van ons systeem is dat mensen echt een vrijwillige bijdrage doen voor het in stand houden van hun geloofsgemeenschap, dat giftkarakter heeft een bijzondere eigen waarde. In Duitsland is het een verplichting die je met je meedraagt.’
Voeg commentaar toe