Ambtenaren volgen en masse stoomcursussen van taleninstituten
Nederlands wordt steeds meer een vreemde taal
Steeds meer ambtenaren en bestuurders gaan te rade bij een taalcoach. Vooral stoomcursussen Engels op maat zijn in zwang, maar er wordt ook steeds meer bijgespijkerd aan het Nederlands in geschrifte. PM deed een rondgang langs de belangrijkste taalbureaus die werken voor de publieke sector en legde zijn oor te luisteren bij oud-Heineken-topman Maarten H. Rijkens, auteur van de beststellers I always get my sin en We always get our sin too.

Door: René Zwaap  |  PM 12, 24 juni 2009

Oud-commissaris van politie van Amsterdam Joop van Riessen zorgde tijdens een spreekbeurt in China over het tegengaan van martelpraktijken voor veel verwarring door te zeggen dat de Nederlandse agenten regelmatig te maken hadden met ‘shooting parties’. Door ‘schietpartijen’ letterlijk te vertalen bracht Van Riessen zijn gehoor in de veronderstelling dat de Nederlandse politie tijdens gewapende feesten op mensen schoot. De Chinezen reageerden dan ook met ongeloof en verontwaardiging en het duurde enige tijd voordat het misverstand was rechtgezet. Ook de goedwillende Nederlandse zakenman die tijdens een receptie bij een Britse ambassadeur ten afscheid bedankte met de woorden ‘I so enjoyed your wife’ bedoelde het goed, maar deed bij zijn gastheer wel het idee rijzen dat hij zich aan diens echtgenote had vergrepen.

Om dergelijke schuivers tegen te gaan nemen steeds meer Nederlandse (top)ambtenaren en bestuurders hun toevlucht tot diverse grote bureaus voor taalcoaching, zoals Language Partners, dat de status van preferred supplier voor de rijksoverheid geniet sinds het twee jaar geleden een tender voor de gehele rijksoverheid, uitgeschreven door de Belastingdienst, in de wacht sleepte. Overheidsinstellingen komen vaak met zeer gerichte hulpverzoeken, al komt het ook voor dat er voor een collectief verbetering wordt gezocht, zoals door de gemeente Almere, die Language Partners inschakelde om haar ambtenaren minder wollig te laten schrijven. Van oudsher leren diplomaten bij Language Partners de taal van hun volgende werkgebied, en ook leden van het Koninklijk Huis (Beatrix leerde hier Papiamento, prins Constantijn spijkerde zijn Engels bij) staken hun licht op bij het instituut.

Volgens directeur Harald Kruithof van Language Partners vraagt een stijgend aantal topbestuurders bij de overheid en in het bedrijfsleven om taalles op de werkvloer. Kruithof: ‘Bestuurders vragen om directe terugkoppeling en hebben geen tijd voor een sessie van tien cursusbijeenkomsten. De hulp van een taalcoach wordt ingeroepen in geval van crisis, of wanneer de bestuurder aan de vooravond van een belangrijke presentatie of vergadering staat. Van de taalcoach wordt verwacht dat deze zich snel kan inleven in de specifieke problematiek en binnen enkele uren de taalachterstand van de cursist op detailniveau weet bij te spijkeren.’

Volgens Kruithof wordt de vraag naar spoedscholing in belangrijke mate bepaald door de sterk verbeterde talenkennis onder de buitenlandse gesprekspartners. ‘Waar Nederlandse bestuurders en overheidsmedewerkers met hun steenkolenengels vroeger een streepje voor hadden op hun buitenlandse collega’s is deze voorsprong nu als sneeuw voor de zon verdwenen. Zo hebben in Frankrijk de overheid en het bedrijfsleven een forse inhaalslag gemaakt als het om het Engels gaat, en ook de talenkennis bij de nieuwe landen in de Europese Unie is behoorlijk. Dat maakt de concurrentie groter, het niveau gaat omhoog en wie bijvoorbeeld in het Brusselse circuit geen buitenbeentje wil zijn, zal aan zijn of haar talenkennis moeten werken. Doordat het algemene niveau stijgt, moet ook de Nederlander iets aan zijn presentatie doen, verfijnder spreken en ook beter de omgangsvormen en beleefdheidscodes beheersen, want ook aan hoffelijkheid schort het vaak bij Nederlanders als zij Engels spreken. Als je bijvoorbeeld zegt “I want coffee” klinkt dat in Britse oren zeer bot; veel gepaster is het om te zeggen “I would like a coffee, please”, wat Nederlanders al snel overdreven vinden klinken.

Inherent aan de globalisering is talenkennis een belangrijk aspect in de contacten en onderhandelingen geworden, aldus Kruithof. ‘Internationale conference calls zijn eerder regel dan uitzondering en de voorbereidingstijd voor onderhandelingen en vergaderingen wordt steeds korter. Vaak vragen onze klanten onze zeer ervaren taalcoaches bij zo’n conferentie aan te schuiven: dat neemt het ongemak weg en vergroot het comfort.’ Kruithof stelt vast dat het vaak gaat om latente kennis die moet worden geactiveerd. ‘De taalcoach is een personal trainer, die op ieder moment van de dag, op een door de klant gekozen locatie, speeches oefent, feedback geeft op presentaties en tips en tricks aanreikt.’

Jos Scheren is een van de taalcoaches van Language Partners. Hij is gespecialiseerd in het verbeteren van het Nederlands, waar tegenwoordig veel vraag naar is. Zo’n 25 procent van de klanten van Language Partners komt voor een cursus in de Nederlandse taal, tegen 40 tot 45 procent voor Engels. Het gaat dan om stoomcursussen Nederlands voor autochtone Nederlanders (het taleninstituut geeft ook cursussen Nederlandse taal voor buitenlanders, bijvoorbeeld voor kenniswerkers die door gemeenten naar Nederland worden gehaald om specifieke taken op zich te nemen, maar dat is een andere categorie). Het is een ontwikkeling die direct te maken heeft met het verslechterde niveau van beheersing van de Nederlandse taal, aldus Scheren. ‘Er komen tegenwoordig mensen van de universiteit af die beroerd spellen, de grammatica onvoldoende beheersen, onverzorgd Nederlands spreken en schrijven en moeite hebben met het opbouwen van een betoog. Dat zorgt voor veel onzekerheid, maar gelukkig is het nu geen taboe meer om dat probleem te onderkennen en er een oplossing voor te zoeken. Er vallen met relatief weinig moeite goede resultaten te behalen, want het gaat hier vanzelfsprekend om zeer gemotiveerde cursisten.’

Groeimarkt

Michelle McManus, manager van Linguarama, dat dertig vreemde talen – inclusief Chinees en Swahili – in de aanbieding heeft, signaleert net als haar collega’s van Language Partners dat er bij overheidsmedewerkers toenemende behoefte is om het Nederlands in geschrifte bij te spijkeren. McManus: ‘Dit is duidelijk een groeimarkt en het is goed dat men zich niet meer schaamt om ervoor uit te komen dat men problemen heeft met de schriftelijke communicatie. Het gaat niet zozeer om problemen met de d’s en dt’s, maar om onvoldoende taalniveau om een onberispelijke ambtelijke brief te kunnen schrijven. De meeste van onze cursisten op dit gebied worden aangemeld door hun manager, een teken dat het geen taboe meer is om dit soort problemen te onderkennen.’ Haar collega René Franck beaamt dat: ‘Er is sprake van een taalverschraling, die mogelijk verband houdt met het oprukken van het msn’en en het e-mailen. In ieder geval hebben steeds meer hoogopgeleide mensen moeite met het opstellen van een logische tekst, ook in de sector van de landelijke en de gemeentelijke overheid.’

Ongeveer de helft van de klanten van Linguarama is verbonden aan de overheid, aldus McManus, en 60 procent van alle klanten volgt een cursus om zijn Engels op te frissen. McManus: ‘Het is een feit dat Nederlanders hun taalvoorsprong zien verkleinen, bijvoorbeeld door de Fransen, en dat maakt extra zorg nodig.’ Linguarama biedt zeer op individuele behoeften toegesneden cursussen, die voor tachtig procent ‘een op een’ worden uitgevoerd. McManus: ‘Ambtenaren komen vaak met heel specifieke vragen, bijvoorbeeld als ze een presentatie in Brussel moeten verzorgen. Ze krijgen te maken met veel jargon, zoals de beruchte eurospeak, of hebben moeite met de juiste equivalenten voor specifieke diensten of instellingen. In ons aanbod proberen we zo toegesneden mogelijk te werken op de praktijk. Zo hebben we op verzoek van de IND een cursus op maat samengesteld voor het lezen van geboortecertificaten en documenten van de burgerlijke stand. Maar we hebben ook wel eens een medewerker van een inlichtingendienst terzijde gestaan die undercover ging werken als grafdelver en het specifieke jargon van dat beroep in het Engels onderwezen moest krijgen.’

Taalklooster

Linguarama beschikt over een ‘taalklooster’, het ‘Cenakel’ in het lommerrijke Soesterberg, waar de cursist zich in totale rust kan onderdompelen in een vreemde taal. Het idee voor zo’n taalklooster is geïnspireerd op dat van het gerenommeerde taleninstituut Regina Coeli in Vught. Wie cursussen van Regina Coeli bezoekt, pleegt te zeggen dat hij naar ‘de nonnetjes van Vught’ gaat, maar nonnen zijn er al jaren niet meer in het instituut. Vroeger kon het gebeuren dat premier Van Agt (die ooit een internationaal gehoor met de zin ‘I can stand my little man’ probeerde te overtuigen van zijn slagkracht) bij het betreden van het Brabantse talenklooster streng door de moeder-overste werd toegesproken omdat hij zijn voeten niet had geveegd. Die couleur locale heeft Regina Coeli niet meer, nu de laatste nonnen begin jaren negentig hun heil elders hebben gezocht. Wel is het instituut financieel nog altijd verbonden aan de congregatie van de Heilige Augustina, legt director of client relations Lori Tierney uit. ‘Ons instituut werd opgericht door Franse nonnen die begin van de 20ste eeuw naar Nederland vluchtten. Het begon met een kostschool voor jongedames, waar les in het Frans werd gegeven, die uitgroeide tot een vermaard taleninstituut dat bezocht werd door tal van prominente politici, Nederlandse royalty en de nodige captains of industry.’ Jaarlijks kunnen 5.000 cursisten terecht bij Regina Coeli, maar de vraag is vele malen groter; door maatregelen als de bouw van een nieuwe vleugel aan het taalklooster tracht men het probleem van de ontstane wachtlijsten het hoofd te bieden.

Lori Tierney stelt dat het met de beheersing van de vreemde talen in Nederland nog steeds goed gesteld is in vergelijking met andere Europese landen, maar dat de Nederlanders steeds kritischer worden over zichzelf. Tierney: ‘Maxime Verhagen hield een jaar geleden in Israel een speech in prima Engels, dat vloeiend zijn mond uitkwam, maar volgens vele critici in eigen land was het toch weer niet goed genoeg. Nederlanders zijn nu eenmaal niet erg scheutig met complimentjes voor elkaar. Hetgeen niet wegneemt dat er inderdaad wel iets is veranderd om ons heen. Ik was onlangs in Parijs, waar op het Gare du Nord allerlei vriendelijke jonge mensen stonden om de toeristen wegwijs te maken – in het Engels. Dat was nog niet zo lang geleden absoluut ondenkbaar in Frankrijk. De globalisering heeft ontegenzeggelijk effect op de taalbeheersing in landen om ons heen. Ook de Duitsers hebben wat dat betreft grote sprongen vooruit gemaakt. Dat alles heeft consequenties voor de positie van de Nederlander, die nodig zijn Engels moet bijschaven om nog mee te kunnen draaien op internationaal niveau. Daarnaast is de beheersing van het Frans en het Duits in Nederland ontzettend achteruit gegaan, zodat onze beginnerscursussen in die talen tegenwoordig zeer druk worden bezocht.’


Voeg commentaar toe

Voeg commentaar toe

Titel:
Uw naam(*):
Reactie(*):
 


Magazine  |  Adverteren  |  Contact  |  Sitemap  |  Zoeken | Disclaimer