Het twee jaar geleden door de RMO uitgebrachte advies De ontkokering voorbij kan met recht een succesverhaal worden genoemd. ‘Hoewel het een saai en bestuurskundig onderwerp lijkt, is het een van de meest gedownloade adviezen van de website,’ aldus Paul Frissen. De bestuurskundige nam als lid van de RMO samen met beleidsadviseur Lotte van Vliet de slotbeschouwing van de bundel praktijkverhalen, een vervolg op het advies uit 2008, voor zijn rekening. De RMO hield twee jaar geleden een pleidooi om problemen niet op te lossen door ontkokering, omdat dat juist tot meer bureaucratie leidt. Meer afstemming, meer integrale beleidsvorming, soms zelfs hele nieuwe coördinatieorganen slurpen energie op die bedoeld was om de uitvoering te verbeteren. Het is dan beter om verkokering en complexiteit toe te staan en burgers en professionals meer ruimte te geven, aldus de RMO.
‘De RMO heeft met het advies geen blauwdruk willen maken voor de publieke sector,’ benadrukt Frissen. Het feit dat verkokering en ontkokering veelvuldig bediscussieerd worden, was voor de RMO en de VOM aanleiding een aantal personen uit de praktijk te vragen naar hun bevindingen op dit vlak. ‘Met elkaar maken zij duidelijk hoe complex en meervoudig de werkelijkheid van de publieke sector is,’ zo staat in het voorwoord van Uit de koker van. Van Vliet schrijft in de inleiding dat ‘structuren geen problemen oplossen, maar mensen wel’. En dan alleen ‘als ze de ruimte krijgen’.
‘Maatschappelijke problemen zijn complex en gevarieerd,’ licht Frissen toe. ‘Dat geldt net zo goed voor de oplossingen. Daarom is het van groot belang dat partijen samenwerken om tot het gewenste resultaat te komen.’ In die samenwerking gaat het weleens mis. ‘Langs elkaar werkende instellingen zijn eerder regel dan uitzondering,’ aldus de bestuurskundige. Een van de oplossingen om maatschappelijke problemen het hoofd te bieden, is meer ruimte geven aan professionals, zo stelt de RMO. Van Vliet: ‘Tegelijkertijd realiseren we ons dat hierover het laatste woord nog niet gezegd is. Want je kunt professionals niet eindeloos de ruimte geven, er moet altijd een grens worden gesteld.’ Als voorbeeld geeft Van Vliet de indicatiestelling die ooit in het leven is geroepen om kaders te stellen. ‘Een vorm van indicatiestelling is nodig, maar je ziet bijvoorbeeld in de bijdrage van jeugdzorgdirecteur Erik Gerritsen dat dit in de praktijk ook frustratie oplevert. Hij noemt de indicatiestelling een hindernis naar snelle en effectieve hulp.’
Als professionals de ruimte krijgen, dan kunnen er fouten worden gemaakt, vervolgt Van Vliet. ‘We kunnen slecht omgaan met risico’s,’ zo stelt ze. ‘Maar we moeten risico’s aanvaarden. Dat stipt Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer terecht aan in zijn bijdrage. Hij signaleert dat de politiek krampachtig reageert op incidenten, door nieuwe regels en systemen op te leggen terwijl dat niet de oplossing is.’
Frissen en Van Vliet benadrukken dat professionals, en ook burgers, handelingsruimte moeten krijgen. ‘En we hebben daarbij checks and balances nodig die aansluiten bij de professionele logica, in plaats van systemen die leiden tot meer bureaucratie,’ aldus Frissen.
Tragiek
Gemeentesecretaris Annet Bertram van Den Haag wijst in haar bijdrage aan de bundel op andere oorzaken dan verkokering en het langs elkaar heen werken bij het niet kunnen oplossen van problemen. ‘Het maatschappelijk middenveld is enorm versnipperd,’ schrijft Bertram, die eerder DG Wonen op het ministerie van Vrom was. ‘Dat is al heel lang zo,’ reageert Frissen. ‘Het is de tragiek van de verzorgingsstaat. De overheid stapelt subsidiepot op subsidiepot, er wordt geld bij problemen gezet. Dan heb je er dus belang bij problemen te organiseren.’
Geld speelt volgens het tweetal bijna altijd een rol als het gaat om ver- en ontkokering. Frissen: ‘Iedereen roept wel dat meer samenwerking het devies is, maar als puntje bij paaltje komt, is het vaak veel goedkoper om niet samen te werken en het maar zelf te doen. Dat is nogal een contradictie.’ Natuurlijk moet de overheid als financier de kaders stellen, vervolgt Frissen. ‘Maar vervolgens moet ze de professional zijn werk laten doen,’ aldus Van Vliet.
De keiharde bezuinigingen die een nieuw kabinet zal moeten doorvoeren, hoeven wat Frissen betreft niet per definitie negatief uit te pakken voor ‘het sociale domein’. Frissen: ‘Als de relatie professional - cliënt dan weer centraal komt te staan en je gaat niet per verrichting betalen, dan houdt de hulpverlening ook op als het kan. Er zal dan niet worden doorbehandeld omdat het geld oplevert.’ Echt gerust is hij er niet op. ‘Te vrezen valt dat dit niet gaat gebeuren. Wanneer er bezuinigd moet worden, kijkt men vooral eerst naar de structuren en het systeem en dat zal uiteindelijk alleen maar verschraling opleveren.’
Voeg commentaar toe