Vroeger maakte ik zelf machines en robotten van kartonnen dozen. Ze zagen er indrukwekkend uit met veel zilverpapier en knoppen van flessendoppen. Als je er aan de ene kant een muntje in gooide, kwam er met wat hulp aan de andere kant een mandarijn uit. Dat het werkte was onmogelijk, maar dat deed er niet toe. Want hoewel wat gebutst, de mandarijn was eetbaar en ik had de suggestie gewekt dat in de machine iets bijzonders was gebeurd.
De manier waarop het onderwijs in Nederland is georganiseerd lijkt op zo’n zelfgemaakte machine. Je stopt er geld in en er rolt wonderlijk genoeg iets uit, maar het gaat het verstand te boven. De afgelopen maanden heb ik een denktank geleid waarin rectoren, docenten en wetenschappers zich bogen over de vraag hoe het onderwijs van de toekomst te organiseren. Aan de toekomst zijn we niet toegekomen. Het werd namelijk pijnlijk duidelijk dat de meest basale tandwielen van de machine ontbraken. Iets dat ik bevestigd krijg tijdens bijeenkomsten met docenten. Twee voorbeelden: 1. Er is geen personeelsbeleid binnen onderwijsinstellingen. Er is vast iemand die de vrije dagen bijhoudt en de personeelsdag organiseert, maar ik ben nog geen docent tegengekomen die jaarlijks een functioneringsgesprek heeft. Sterker nog, het merendeel heeft een evaluatiegesprek bij zijn of haar aanstelling en dan houdt het op. Laat staan dat er sprake is van professionele bijscholing. 2. Het ontbreekt structureel aan kritische zelfreflectie in de belangenorganisaties in het onderwijs. Deze leemlaag van bestuurders stapelt overleg op overleg en hun inzet is vaak totaal losgezongen van de werkelijkheid in de klas. De jarenlang beschamende inertie in de aanpak van de schooluitval illustreert dit. Pas nu de vergadertafel is verlaten en goed gekeken wordt waarom jongeren niet meer naar school gaan, begint de uitval af te nemen. Alleen al uit schaamte zouden de onderwijsbestuurders moeten besluiten om de helft van de overleggen te schrappen.
In alle partijprogramma’s wordt er de komende jaren meer geïnvesteerd in het onderwijs. Helemaal mee eens, maar dan wil ik wel dat het geld niet in een kartonnen doos wordt gegooid. Dat was namelijk maar een spelletje; het onderwijs is dat niet.
Voeg commentaar toe