Oprichters Inaxis slaan nieuwe wegen in
Tijd voor scharrelambtenaren
Inaxis bestaat niet meer, maar het management van het innovatiecentrum van het openbaar bestuur gaat door. Léon Sonnenschein en Paul van Hal hebben hun vaste plek binnen de ambtelijke structuur en hiërarchie verlaten. Ze scharrelen nu zelf hun organisatieadviesklussen bij elkaar. ‘Als scharrelambtenaar hebben we nu misschien meer impact dan voorheen.’

Door: Chris van de Wetering  |  

BZK • ‘Scharrelambtenaar’ hebben Léon Sonnenschein en Paul van Hal op hun visitekaartjes laten drukken. Sinds Inaxis in december werd opgeheven, hebben ze zichzelf een nieuwe rol toebedeeld. Los van de ambtelijke structuren werken de twee BZK-ambtenaren verder aan de vernieuwing van het openbaar bestuur. Met alleen een mobiele telefoon, een e-mailaccount en een postadres ‘scharrelen’ ze sindsdien door het rijk zonder acht te slaan op  departementale grenzen. Collega’s bij het rijk die hun hulp wensen bij organisatieveranderingen mogen een beroep op hen doen, maar ze zijn ook beschikbaar voor een ‘losse scharrel’, een goed gesprek over de prioriteiten in het werk bijvoorbeeld. ‘We garanderen dat zo’n gesprek twee a drie goede ideeën oplevert,’ zegt Van Hal.
‘Als BZK niet voor ons zorgt, zorgen wij wel voor BZK,’  was het uitgangspunt van de twee scharrelambtenaren. Ze kondigden dat aan in een heus scharrelmanifest, waarin ze ‘vrije en bevlogen ambtenaren’ opriepen de ‘ketenen’ af te werpen en te gaan ‘doen waarvoor u ooit ambtenaar geworden bent: het dienen van de publieke zaak’.  In de blogs op hun websites leggen ze verantwoording af over hun activiteiten. ‘We willen transparant werken en hebben een bureau gevraagd onze resultaten te monitoren,’ zegt Sonnenschein.

Doorgeschoten
Het concept scharrelambtenaar ontstond na het bijwonen van een BZK-lezing van Jaap Peters, de auteur van het populaire managementboek Intensieve menshouderij, waarin beschreven wordt hoe de vrijheid van werknemers door standaardisatie van bedrijfsprocessen en sturen op kwantiteit zozeer afneemt dat de vergelijking met de intensieve landbouw zich opdringt. Volgens Peters zijn organisaties doorgeschoten in hun SMART-doelstellingen, waardoor werknemers soms het gevoel krijgen dat ze als kippen opgehokt zitten in een legbatterij. Sonnenschein en Van Hal fantaseerden van een bestaan na Inaxis met meer vrijheid en ruimte en waarin ze ook de opgedane inzichten en het Inaxis-netwerk konden gebruiken. De term scharrelambtenaar was toen snel geboren.  
Reacties van collega’s die langs het terras lopen op de Korte Poten waar het interview plaatsvindt, klinken ietwat jaloers. ‘Zo, hebben jullie je vrij weten te spelen,’ zegt een consultant die voorbij komt lopen. ‘Dat wil ik ook!’, krijgen Sonnenschein en Van Hal vaak te horen, maar die collega’s willen de scharrelstatus graag v oor hen georganiseerd zien en dat is niet de bedoeling. ‘De kern van het scharrelen is zelfsturing, los van de structuren.’
Philippe Raets, de pSG van BZK, keek wel even op van de plannen van de Inaxis-oprichters, maar na de belofte dat ze snel met resultaten bij hem terug zouden komen, was hij gerustgesteld. De eerste klussen zijn binnen. Op Vrom gaan ze helpen bij een organisatieverandering, bij VenW werken ze aan de externe gerichtheid van het departement. Van Hal: ‘De ­departementen willen vaak wel verandering, maar die wordt vaak in een apart traject gestopt dat niet direct betrokken is op het primaire proces. Het primaire proces gaat dan natuurlijk voor. Wij vinden dat verandering nooit naast het primaire proces mag staan. Een bijeenkomst over ontkokeren ontaardt namelijk gemakkelijk in een cursus verkokeren.’

Draagvlak
‘We denken dat deze manier van werken in Den Haag misschien veel meer impact heeft dan de experimenten die we voorheen deden,’ zegt Sonnenschein. ‘Je ziet bij projecten vaak dat aan het eind, als niemand het leuk vindt om te stoppen, geen moment gekozen wordt om de kennis die vergaard is, vast te leggen en er wat mee te doen.’ Daarbij komt dat de schar­relambtenaren zoals ze het zelf uitdrukken ‘volledig vraaggestuurd’ werken. ‘We doen alleen wat mensen zinvol vinden. Het draagvlak is er dus al.’ En dan heeft deze manier van werken nog een paar voordelen boven de inhuur van dure externen. ‘Wij zijn gratis en laagdrempelig, we zijn immers collega’s.’ Ze adviseren vooral ook mensen die wat lager in de organisatie zitten. ‘We hoeven met onze adviezen geen vervolgopdracht te verwerven,’ aldus Van Hal.
Ze vinden niet dat iedereen moet gaan scharrelen, maar medewerkers zouden van hun leidinggevenden misschien meer ruimte moeten krijgen om vaker te scharrelen naast hun taak en buiten de beleidsdossiers, zodat ambtenaren in de realiteit blijven staan. Sonnenschein: ‘Een dag in de week om verbinding te leggen met andere departementen of met de uitvoering zou moeten kunnen. De afdeling wordt er beter van en het zorgt er misschien ook voor dat je gaat samenwerken in ongedachte combinaties.’ •


Voeg commentaar toe

Voeg commentaar toe

Titel:
Uw naam(*):
Reactie(*):
 


Magazine  |  Adverteren  |  Contact  |  Sitemap  |  Zoeken | Disclaimer